Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Getuigenissen uit Gijzenzele - Clarisse Oosterlinck vlucht met familie naar bekenden

Artikels

 

Clarisse Oosterlinck vlucht met familie naar bekenden

De familie Oosterlinck, bestaande uit de meter en de peter van Clarisse, haar moeder en vader, Clarisse zelf, Juliette, Gerard en Gilbert vluchtten op 15 of 16 mei weg uit Gijzenzele. Van een Belgisch soldaat, die ze toevallig tegenkwamen niet ver van hun deur, kregen ze  paard en kar om ermee te vluchten.

Ze namen in een kinderwagen alle voedsel mee die ze in huis hadden Moeder Oosterlinck verdeelde het goud dat de kinderen kregen bij hun plechtige communie (een ring en oorbellen), dat werd in een zakje gedaan, maar…. Iedereen was het zakje vergeten. Toen ze terug kwamen van de vlucht was alle goed natuurlijk weg.

Clarisse was intern in de school te Sint-Denijs-Westrem en daarheen ging  de tocht; naar een vriendin wiens ouders een boerderij hadden.Ze mochten er slapen in de kelder. Ze lagen op de vloer en later op ligzetels. Van de boer waar ze verbleven kregen ze geen eten, maar wel van de buur (ook een boer). De boer waar ze sliepen, de vader van de vriendin van Clarisse heeft op zekere dag hun ligzetels gestolen. In de buurt van de boerderijen heeft Clarisse zeker 10 paarden zien liggen die waren doodgeschoten. Er werd in hun omgeving regelmatig geschoten en de familie had heel veel schrik.Er werd daarom ontelbaar veel ‘onze vaders’ en ‘wees gegroetjes’ gebeden. Recht over de boerderij stond een mooie villa van een Duitsgezinde Belg; de Belgische soldaten hebben in de villa alles vernield en de familie Oosterlinck kreeg van die soldaten een hangklok die ze nu nog bezitten.

Bij het naar huis komen kwamen ze een Belgisch soldaat tegen die had zijn zakdoek aan zijn geweer gebonden als teken van overgave. Cyriel stelde de soldaat voor zijn kostuum en geweer weg te gooien en één van zijn burgerpakken aan te trekken, wat de soldaat weigerde. Hij werd later door de Duitsers gevangen genomen.

Bij hun thuiskomst waren er drie grote putten rondom hun woning van brandbommen. In huis waren de poten van de tafel gezaagd; deze dienden als steun om de ramen op te houden. Vanuit die ramen werd met zware wapens geschoten.

In het dorp was er brand in enkele woningen zoals bij de familie De Roo op de Wetterse steenweg en bij burgemeester Verschooris.

Vader Oosterlinck hielp bij het begraven van de vele koeien die dood in de wei lagen.

Het paard en de kar waarmee ze vluchtten werden naar de Landbouwschool (nu Mariagaard) overgebracht. Elke dag gingen enkele leden van de familie naar het paard kijken en op zekere dag kwamen ze overeen met een handelaar om het paard te verkopen. Maar die nacht werd het paard gestolen.