Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Getuigenissen uit Gijzenzele - De familie Veeckman zocht het niet te ver

Artikels

 

De familie Veeckman zocht het niet te ver

Edgard Veeckman vertelt : zoals vele anderen vertrok ik met vijf lotgenoten per fiets naar Frankrijk. Daar de grens gesloten was, moesten wij wel terugkeren. Bij die terugtocht werden onze fietsen afgenomen door Belgische soldaten en moesten wij de terugtocht te voet doen.

‘s Anderendaags begon onze tweede vlucht; ons gezin samen met het gezin van Michel Veeckman (oom van Edgard) vertrok naar Lemberge. Het jongste dochtertje van Michel, Marie, was amper tien dagen oud. Met enkele fietsen en een steekkar werd de vlucht aangevat.

Grootmoeder Thilde wou niet mee en bleef thuis om het erf te bewaken. Onze koeien werden op de wei gelaten. We namen wat kleren mee en wat voedsel waaronder een hesp.

Wij verbleven er in een café waar we in de kelder sliepen. De baby hield ons ’s nachts meestal wakker met haar geween. Toen men ons vertelde  dat de weg aan het gemeenthuis zou opgeblazen worden, namen we intrek in een nieuw gebouwd huis van een postbode op de weg naar Bottelare. Daar vertoefden we eveneens in de kelder. Die kelder verlieten we enkel om naar het toilet te gaan. We hadden er een petrolium vuurtje waarop we koffie konden maken. Onze fietsen werden door de Belgische soldaten meegenomen. Later lagen er veel fietsen van Duitse soldaten rondom het huis, maar wij waren te bang om die te nemen.

Na drie dagen keerden wij terug naar huis. Meter Mathilde was naar het huis gaan zien van nonkel Germain Verliefde op de Wetterse steenweg en onderweg werd ze dwars door haar arm geschoten. Al onze koeien op één na waren doodgeschoten; die ene stief daarna ook. In onze woning waren gaten gekapt om te gebruiken als schietgaten.

De Duitsers waren nog bezig hun doden te verzamelen en omdat wij getuige waren werden wij gevangen genomen en samengedreven en moesten wij op één rij gaan staan aan de wegwijzer bij de haag van de boerderij van Mampaert en de Wetterse steenweg.

Wij werden helemaal afgetast en bewaakt. Af en toe kwam een Duits officier ons tellen om te zien of niemand was gevlucht.

De Duitsers maakten een grote kuil de overkant van de Wetterse steenweg en wij dachten dat dit ons graf zou worden. Wij hadden teveel gezien.

Vier  uur lang stonden wij daar. Tot een Duits officier kwam melden dat we mochten vertrekken. Het waren de bangste uren van ons leven.