Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Beschrijving van de kerk binnenin - De kruisweg - Godslamp - kerkmeestersbank - wierookvat

Artikels

 De Kruisweg

De kruisweg is een reeks van veertien staties, die het lijden en de dood van Christus uitbeeldt vanaf de veroordeling door Pilatus tot de graflegging, zodat men zijn lijdensweg kan volgen.  De laatste tijd wordt, vooral op bedevaartsplaatsen, een vijftiende statie eraan toegevoegd: de verrijzenis van Christus. 

Verlichting 

Kaarsen en kandelaars

Kaarsen worden gewijd op Lichtmis (2 februari), het feest van de Opdracht van Jezus in de tempel.
Het licht geeft warmte en maakt blij, geeft uitzicht en hoop, doet leven en omgeeft de dingen met heerlijkheid. 

Kerkmeestersbank

De kerkmeesters, de leden van de kerkraad die de materiële zorg van het kerkgebouw behartigen, en de dismeesters, die instonden voor de armenzorg, hadden een eigen bank in de kerk. 

Godslamp

Door de derde provinciale synode van Mechelen in 1607 werd onder Titel VII, artikel 2, voorgeschreven dat der dag en nacht, of toch ten minste tijdens de goddelijke diensten, licht moest branden voor het tabernakel waar het heilig sacrament werd bewaard.Opgehangen in het koor of staande bij het tabernakel brandt de Godslamp of het eeuwige licht als teken van de eucharistische aanwezigheid van Christus en de waakzaamheid van de christenen. 

Wierookvat

Voor 1685 behoorde een wierookvat, voor het wierookverbranden als teken van aanbidding en eerbied in de plechtige missen, begrafenissen, loven en processies, nog niet tot de liturgische gebruiksvoorwerpen. Wierook werd vanaf de godsdienstvrede van keizer Constantijn (313) gebruikt in de liturgie, als eerbetuiging aan het altaar en de bisschop, wat werd uitgebreid tot alle aanwezigen. Later kreeg het de betekenis van het gebed dat opstijgt naar Gods troon.
Wierook is ook symbool voor Gods heerlijkheid en aanbidding. Bij de uitvaart wordt het stoffelijk overschot van de overledene bewierookt als eerbetoon en als een gebed om het opstijgen naar de hemelse heerlijkheid. 

Wijwatervat en wijwatekwast

Voor de besprenkeling van de gelovigen met wijwater voor de hoogmis tijdens het zingen van het “Asperges me” of Vidi aquam” (nu in onbruik geraakt), de besprenkeling van de katafalk of de lijkkist, bij de zegening van sommige voorwerpen of van een open graf voor de ‘zinking’ van de lijkkist, gebruikte de priester een wijwaterkwast die gedopt wordt in de wijwateremmer. In sommige parochies waren er onder het feodale regime moeilijkheden met de heer van het dorp die een bevoorrechte bediening opeiste of wiens voorrecht door  zijn baljuw werd opgevorderd.