Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Beschrijving van de kerk binnenin - Het altaar

Artikels

 Het altaar - Hoofd- of portiek altaar. (zie eveneens "De Steen van Gijzenzele")

Het altaar

Het altaar symboliseert Christus. Daarom kust en bewierookt de voorganger het altaar. In de eerste eeuwen werd de eucharistie gevierd in een huis aan de eettafel, waardoor de naam ‘huiskerk’ ontstond. Op de verjaardag van de sterfdag van een martelaar werd de eucharistie gevierd in de catacomben op het boogbankgraf (arcosolium), gevormd door een boog boven het graf, in een kleine kamer (cubiculum). 

Drie hoofdtypes
Vanaf de bouw van de kerken ontstonden drie altaartypes: het massieve altaar, het grafaltaar en het tafelaltaar. Ze staan elk symbool voor een theologische zienswijze op het
wezen van de eucharistieviering. Alle altaartypes en hun varianten hebben altijd bestaan.
Het massieve altaar is het oudste type maar wordt nog in vele hedendaagse kerken opgericht. Het verwijst naar Christus als de rots.
Op of bij het altaar staat het licht als symbool van Christus ‘het Licht van de wereld’.
Het grafaltaar is het symbool van Christus’ dood. Het bestaat uit een sarcofaag, met of zonder een uitbeelding van de gestorven Christus of de Graflegging. Het grafaltaar is geïnspireerd op het graf van de martelaren in de catacomben. Het gebruik ontstond van een altaarsteen met enkele relieken van martelaren in het bovenblad van het altaar te plaatsen.

Het tafelaltaar symboliseert de maaltijd des Heren, waar Christus ons allen als zijn gasten uitnodigt. De eucharistische maaltijd verwijst naar het Laatste Avondmaal en is ook de voorafbeelding van het eeuwige gastmaal waar de Heer zelf zal rondgaan om te bedienen. Overeenkomstig de liturgische hervorming heeft het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) de voorkeur gegeven aan het tafelaltaar, gekeerd naar of middenin de gemeenschap opgesteld. Het Concilie van Trente (1545-1563) verplichtte het tabernakel op het altaar te plaatsen. Bij het invoeren van het tafelaltaar wordt meestal het vroegere altaar gebruikt als Heilig-Sacramentsaltaar met het tabernakel, waarin de geconsacreerde hosties worden bewaard.
Met de heropleving van de martelaren- en heiligencultus door de Katholieke Hervorming. werd het grafaltaar uitgebouwd tot het weelderig barokke portiekaltaar. Het bestaat uit een grafaltaar en een portiek van kolommen en een bovenstuk als een doorkijk op een schilderij of een beeldhouwwerk zoals de verrijzende Christus, de tenhemelopneming van Maria, de dood van een martelaar. Een portiekaltaar symboliseert de overwinning van het leven op de dood, de doortocht van het aardse leven naar de hemelse heerlijkheid. Op de grote feestdagen werd het grafaltaar versierd met een rijkelijk geborduurd voorhangsel (antependium). 

Het altaar in de kerk van Gijzenzele is toegewijd aan de heilige Bavo. Het is een typisch barokmeubel uit de 17e eeuw bekroond met een vrij monumentaal portiekretabel. Het is vervaardigd ui t vrij dunne gemarberde houten panelen en in de sokkels van de zuilen die het geheel flankeren zijn kleine deurtjes. Na de verwoesting door de beeldenstorm werden in onze kerken monumentale barokke portiekaltaren geplaatst.  

Tabernakel

 Het bevat een zwaar altaar blad in blauwe Doornikse kalksteen. Dit altaarblad zou waarschijnlijk nog afkomstig zijn van het vroegere romaans altaar. De meeste portiekaltaren hebben als tafel een grafaltaar in de vorm van een sarcofaag. 
Dat gebruik gaat terug op de viering van de eucharistie op het graf van een martelaar in de catacomben, en leefde met de Katholieke Hervorming terug op, door de martelaren- en heiligenverering die daarmee gepaard ging. 

 

 

 

 

Foto van het hoog- of portiekaltaar in de kerk van Gijzenzele

(foto Dirk De Ganck)