Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Indeling Van De kerk

 Delen van de Kerk 

 

A. Het Koor 

Het koor (ook hoogkoor) is in de Westerse bouwkunst de ruimte van een kerk waar zich het hoofdaltaar bevindt.
Meestal is een kerk of kathedraal met het koor naar het oosten (Jeruzalem) gericht omdat Christus wordt gezien als ‘het Licht uit het Oosten’.
Het is de voornaamste plaats van de kerk, het ‘sanctuarium’ het ‘heilige der heiligen’, waar de eucharistieviering wordt gehouden.
De meubels in het koor zijn bestemd voor de viering van de eucharistie: de lezenaar waaraan de opening van de dienst en de dienst van het woord plaatshebben, en het altaar voor de eucharistische dienst.

Ontstaan van het koor

Het koor is ontstaan uit de apsis. De monniken en hun liturgie kregen een plaats buiten de kerk van het klooster, in de gewone parochiekerken en kathedralen.
Die liturgie bestond uit het dagelijks gebed op een aantal vaste momenten, waarbij ook gezongen werd.
De monniken kregen, vanwege hun bijzondere plaats in de kerkelijke gemeenschap, ook een bijzondere plaats in het kerkgebouw.
Zij kregen een afgescheiden plaats bij het hoofdaltaar. Het hoofdaltaar werd in de apsis geplaatst in plaats van tussen apsis en schip, in de kruising of de viering. De apsis werd verlengd in oostelijke richting en aan de zuid- en noordzijde van het op deze manier ontstane koor werden koorbanken geplaatst. De monniken zaten tussen schip en altaar in.

B. Het Doksaal

Een doksaal, ook wel doxaal geschreven (Frans: jubee; Duits: Lettner), is een houten of stenen wand
die in een kerk het schip scheidt van het priesterkoor. De term doksaal is afkomstig van het Latijnse woord voor rug:
dorsa, klaarblijk om hiermee de sluiting, de 'rug' van het koor aan te duiden.
De term jubee is ontleend aan "Jube, domine, benedicere" (Heer, wil mij zegenen) en geeft een belangrijke liturgische functie van het doksaal aan. Het is het verzoek van de diaken voordat deze zich voor het lezen van het evangelie naar de ambo bij het doksaal begaf.

C. Het Schip

Het schip is in de kerkenbouw de langgerekte ruimte in (meestal) west-oostrichting, die aan de oostkant wordt voortgezet door het koor. Evenwijdig aan het schip kunnen zich zijbeuken bevinden, die door arcaden van het middenschip worden gescheiden.
Als deze zijbeuken ongeveer even hoog en breed zijn als het middenschip spreekt men van een hallenkerk.
Eenvoudige kerken zonder dwars- en zijbeuken worden zaalkerken genoemd. De term "schip" is een leenvertaling uit het Grieks (naos). 

Het schip is het deel van de kerk waar de kerkgangers plaatsnemen. 
Tussen de kruising, die zowel tot het schip als tot de dwarsbeuken behoort, en het koor kan zich ter afsluiting een doksaal of een koorhek bevinden, waarachter zich het altaar bevindt.

D. De Narthex

De narthex is de voorhal of het portaal van een kerkgebouw . Oorspronkelijk was de narthex een voorhal en maakte deel uit van de galerij om het atrium (voorhof) van vroegchristelijke kerken. Later kreeg de narthex het karakter van een portiek. Men veronderstelt dat catechumenen (doopleerlingen) en penitenten (boetelingen) hier moesten staan. Waar het atrium later verviel, ging de narthex deel uitmaken van de kerk zelf en werd meer een besloten ontmoetingsruimte. De narthex ligt traditioneel aan de westzijde van de kerk.

E. Het Oksaal en de Toren

Het oksaal
Het oksaal, ook wel orgelgalerij of zangkoor genoemd, is een balkon aan de westzijde van het schip van een kerk.

Een oksaal biedt ruimte aan het zangkoor en het grote kerkorgel. Oorspronkelijk was het woord "oksaal" synoniem met "doksaal" , de afscheiding tussen het priesterkoor en het middenschip waarop zich meestal ook een orgelbalkon bevond. Later heeft de term, vooral in de katholieke parochies na de tijd van de Reformatie, een betekenisverandering ondergaan tot synoniem van orgelbalkon of -galerij.


De toren
De doelen voor de bouw van een kerktoren zijn divers. Torens werden gebouwd ter verdediging van de stad, bijvoorbeeld als uitzichtpunt tegen vijanden of brand. Daarnaast als blikvanger voor de stad en de kerk in het bijzonder.

In de toren worden de klokken opgehangen. Als dit niet mogelijk was, omdat het geld om een toren te bouwen ontbrak, is er soms een klokkenstoel. Op de top van de toren staat meestal een symbool. Op protestantse kerken staat meestal een weerhaan die de windrichting aan geeft. Katholieke kerktorens hebben meestal een kruis.

Meestal maakt de toren onderdeel uit van de kerk en is hij er aan vastgebouwd. In verschillende plaatsen staat de toren los van de bijbehorende kerk, zoals bijvoorbeeld in Garmerwolde of Oosterhesselen. In Utrecht ging het middenschip van de Dom bij een storm verloren, zodat de Domtoren apart kwam te staan. Het gehucht Westerdijkshorn (gem. Bedum) heeft alleen een toren en geen kerk. De diensten werden in een boerderij gehouden. 

  PlanKerk 
   PlanKerkBeschrijving