Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Het kloosterleven bij de zusters Apostolinnen

Artikels

Het kloosterleven bij de zusters Apostolinnen [2]
Alle kandidaat zusters kozen bewust voor een specifieke orde of congregatie. Sommigen kwamen hun klooster toevallig op het spoor, omdat ze bij de zusters van dat klooster op school gingen of er iets over hoorden gelezen. De sfeer die ze aantroffen was voor alle vrouwen doorslaggevend. Opvallend vaak vallen daarbij termen als 'menselijk', 'gewoon' en 'nuchter'. Dit noemde men postuleren. Zo leerde men ook het klooster kennen. Ook werd de datum van intrede in deze periode afgesproken. De “kandidaat zuster” begon dus als postulante.

Hoewel de ouders meestal katholiek waren, hadden de meeste het er moeilijk mee dat hun dochter het klooster in ging.

Meestal trad men in op een bepaalde christelijke viering bv 2 februari (Lichtmis) of 8 september (Maria geboorte). Deze twee data behoorden tot de meest gekozene.

De intrede ging gepaard met een goed diner met wit tafellaken en zilveren bestek. Men was meestal vergezeld van ouders of familie.

Op de dag van de intrede droegen de postulantes een klein kapje, een zwart kleed of een rok en bloes. Dit gedurende een periode van ± 6 maand.

Na hun intrede kregen de zusters een kloosternaam, ten teken dat ze aan een nieuw leven begonnen. Soms hadden ze zelf inspraak, anderen verafschuwden de naam die hun werd toegewezen. Een naam mocht geen twee keer voorkomen. Velen kozen de naam van een familielid of een heilige. Ook koos men soms de naam van een overleden zuster. De naam werd goedgekeurd door de overste van het klooster.

Een noviciaat duurde enkele jaren. Daarin volgden zij een interne opleiding en legden zij de tijdelijke geloften af. De novice kreeg reeds een zusterkleed bestaande uit het “normale” zusterkleed maar met een witte kap; dit om onderscheid te maken tussen de “echte” kloosterzusters en de kandidaat zuster. Een novice bleef steeds in het hoofdklooster (enkele uitzonderingen bij een bezoek aan een bijhuis niet uitgesloten). De novicen werd begeleid door een of meerdere novicemeesteressen. De novicen aten aan een afzonderlijk tafel. Zij stonden onder andere in voor het onderhouden van de kloostergebouwen, moesten hulp bieden in de keuken en behoorde het wassen van linnen en kledij eveneens tot hun taken.

 inkleding1  inkleding2 inkleding3

De verschillende stappen bij de inkleding (foto’s verzameling Dirk De Ganck)

Daarna gingen ze meestal aan het werk, in onderwijs of zorg of op het kloosterterrein, soms in combinatie met een opleiding als ze die nog niet voor hun intreden hadden gevolgd. Een aantal jaren later verbonden ze zich met de grote professie voor altijd aan het kloosterleven, zoals je bij een huwelijk voor altijd trouw aan je partner belooft. De zuster kreeg dan een kroon op het hoofd.

Bij de grote professie ontvingen de zusters eveneens een ring. In vroegere tijden was dit een ring met doodshoofd, later werd dit een gewone ring.

“Kom bruid van Christus. Ontvang de kroon die de heer voor u bereid heeft. In eeuwigheid”.


[2]  In dienst van God – Frieda Pruim – uitgeverij Contact – 2007 / Getuigen van het klooster der zusters Apostolinnen