Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Het kloosterleven bij de zusters Apostolinnen - Het kloosterleven bij de zusters Apostelinnen-de leiding

Artikels

De leiding

Een kloostergemeenschap werd geleid door een algemene overste. Deze algemeen overste werd verkozen door de raad van zusters met een bepaalde leeftijd. Deze raad bepaalde eveneens of een novice na twee jaar haar geloften mocht afleggen.
De bijhuizen werden geleid door een ‘moeder’. Deze moeder werd verkozen uit de zusters door de algemeen overste, soms in samenspraak met de raad. Het was niet altijd de intelligentste, maar men keek meestel uit naar iemand die het met iedereen goed kon vinden – een soort consensusfiguur.

Het Tweede Vaticaans Concilie, van 1962 tot 1965, heeft op alle zusters van boven de vijfenzestig jaar een enorme invloed gehad. De toenmalige pausen Johannes XXIII [3] en Paulus VI[4] het initiatief tot deze bijeenkomst van louter mannen omdat hij vond dat de kerk meer met de tijd mee moest gaan. Zo maakte het Latijn in de mis na het Concilie plaats voor de volkstaal en stonden priesters voortaan niet meer met hun rug naar de gelovigen.

Het Concilie leidde ook tot allerlei veranderingen in het klooster, zoals democratisering, gespreksgroepen waarin plaats was voor persoonlijke gevoelens, een minder streng gebedsritme en meer vrijheid om naar buiten te gaan. In veel communiteiten besloot men geen habijt meer te dragen of op een minder gesloten dracht over te gaan. Zo werden bij de zusters Apostolinnen de grote kap vervangen door een kleiner kapje om dan later nog eens te wijzigen.

 

[3] Johannes XXIII - Angelo Giuseppe Roncalli, paus van 1958 tot 1963 - Begin Concilie van Vaticanum II

[4] Paulus VI - Giovanni Battista Enrico Antonio Maria Montini paus van 1963 tot 1978 -  Einde Concilie van Vaticanum II