Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

De zusterkes van het klooster van Gijzenzele

Artikels

Op dinsdag 3 januari 1905 kwamen de eerste drie zusters naar Gijzenzele. Het initiatief om de zusters naar Gijzenzele te brengen werd genomen door de toenmalige pastoor Jozef Van Poeck [1] Poeck. Deze richtte een schrijven naar het bisdom dat contact opnam met het hoofdklooster te Gent.

Dit alles had te maken met een schenkingsakte van de familie Schollaert . (verder uit te werken)

Drie zusters werden door pastoor Van Poeck afgehaald aan het station in Gontrode. Het waren:

  • Zuster Julienne – kleuteronderwijzeres en verantwoordelijke
  • Zuster Angelique – ondewijzeres lagere school
  • Zuster Gerulphe - keukenzuster

De zusters werden ondergebracht in een huis in de vroegere Dorpstraat in Gijzenzele, naast de parochiale school.


[1] Jozef Van Poeck (° Sint-Niklaas 26 juli 1850 - † Sint-Niklaas 24 november 1914) – pastoor van Gijzenzele van 19 maart 1900 tot 21 november 1914


 Toestand 1905 

De Dorpsstraat (is dit een titel?). Voor 1905 behoorde perceel 114 c toe aan dhr Vervondel Eugene, herbergier in Gijzenzele. Vanaf 1905 werd het vroegere perceel 114c het huidige 114d. Samen werden 114d, 114e - 115c eigendom van dhr De Staercke Joseph, curé a Gentbrugge. De eigendom bestond uit ‘une école, une maison en un jardin’. (gegevens: archief van het kadaster) (eigenaardige tekst- anders formuleren?)

Op zondag 8 januari 1905 werden de zusters ingehuldigd tijdens de hoogmis van 10.00 uur. De celebrant was E.H. deken Noterman uit Wetteren.

Voor de eucharistieviering begon, werden de school en het voorlopige klooster plechtig ingezegend. Heel veel parochianen waren aanwezig. De kerk zat overvol.(vreemde overgang naar de volgende zin). De zusters bleven in de Dorpsstraat tot na WO I.

Op de grens Gontrode – Gijzenzele bevond zich een oude, in slechte toestand verkerende pastorij. Tot in 1883 was dit de woning van de pastoor van Gontrode en Gijzenzele. Toen kreeg Gijzenzele een eigen pastoor en werd een nieuwe pastorij opgericht naast de kerk. De toenmalige eigenaar de gemeente “Heyzenzeel” verkocht de hoeve aan de familie Schollaert uit het Wetterse. Dhr Schollaert vormde de voormalige pastorij om tot herenhoeve. De familie Schollaert stond bekend als een vrome familie; de man was ongehuwd en liet een testament opmaken in de vorm van een schenkingsakte. Hij schonk daarbij een groot deel van zijn goederen aan de kerk en aan kloostergemeenschap der zusters Apostolinnen.

Ingevolge de schenkingsakte van XXXXXXXXXXXXX verleden voor notaris Verstraeten uit Gavere, kwamen de zusters dus in het bezit van de herenhoeve Schollaert.

De gebouwen werden aangepast aan de noden van de zusters. Deze kwamen, zoals al vermeld, naar Gijzenzele om in eerste instantie in te staan voor het onderwijs.

In 1919 verhuisden de zusters naar een nieuwe woning in de Brielstraat.

Door de schenkingsakte, werden de zusters later ook ingeschakeld in de ouderenzorg.

In die schenkingsakte werd namelijk vooropgesteld dat er een hospice moet opgericht worden bij de vroegere hoevegebouwen. Dit hospice moest 16 bewoners huisvesten “behoeftige ouderlingen” meer bepaald vier (twee mannen en twee vrouwen) uit elk van de gemeenten Gijzenzele, Gontrode, Landskouter en Moortsele. Omstreeks 1920 was de instelling klaar voor de mannelijke en een jaar later voor de vrouwelijke bewoners.

Er was ook een boerderij aan het klooster gekoppeld.

In de schenkingsakte was ook bepaald dat zwaar zieken of personen met besmettelijke ziekten niet opgenomen mochten worden. De ouderlingen moesten behoorlijke kledij dragen. De schulden bij overlijden moesten door de gemeente betaald worden. In geval van verhoging van de levensstandaard en van de levensduurte mocht het aantal kostgangers verminderd worden tot acht, twee uit elke gemeente, telkens één van beide geslachten. 


 Zwakke kinderen.

Kanunnik De Vos van het bisdom Gent was na een bezoek aan het klooster zo opgetogen over de gunstige ligging en de grote mooi aangelegde tuin, dat hij onmiddellijk contacten zocht om er zwakke meisjes van de stad Gent voor enkele maanden op te nemen, zodat ze op krachten konden komen.

Op 28 mei 1928 zou het klooster naast de ouderlingen ook meisjes herbergen, aanvankelijk voor enkele maanden, maar later konden meisjes van 6 tot 14 jaar er de volledige lagere school volgen in de parochiale school. De meisjes werden begeleid door zuster Alphonsine. In die periode was zuster Prosper medeverzorgster en zorgde zuster Baptiste als keukenzuster voor lekkere maaltijden.

Tijdens de oorlogsjaren 1940 – 1945 werd de kapel van het klooster gebruikt als kerkgebouw omdat de dorpskerk van Gijzenzele door de beschietingen te zwaar beschadigd werd. De toenmalige 7- en 12-jarigen deden hun “communie” in de kapel.

Vanaf 1955 werd voor de zoveelste keer een wijziging doorgevoerd. Van dan af werden er kinderen geplaatst door de mutualiteiten. Ze konden er gedurende een periode van 3 maand de kleuterklas volgen.

Dit zorgde voor vrij ingrijpende verbouwingswerken.

Op 15 februari 1955 werd een stedenbouwkundige vergunning verkregen voor het realiseren van een “uitbreiding der Kolonie voor zwakke Kinderen”.

De plannen werden getekend door architect Bressers uit Gent en Odilon De Cuyper uit Gijzenzele was de aannemer. Op 3 juli 1955 legde E.H. Van Bossuyt, algemeen directeur van de zusters Apostolinnen, de eerste steen.

In 1963 gebeurden terug vrij grote verbouwingen.

De boerderij die vanaf 1919 door de zusters, met een helpende hand van de boerenknecht en enkele ouderlingen in stand werd gehouden, werd in 1963 gesloopt.

Op de plaats van het hospice en de boerderij kwam een nieuwbouw met luchtige gebouwen voor op rust gestelde zusters.

In 1966 werd het secretariaat van het Wit-Gele kruis in de kloostergebouwen gevestigd. In dit jaar werd ook zuster Godelieve aangeduid als kloosterverantwoordelijke (moeder in de volksmond).

Al deze diensten samen vroegen uiteraard om meer personeel. In het begin waren er drie zusters, later vijf en uiteindelijk waren er een twintigtal zusters nodig om alle taken uit te voeren.

Sommige taken vielen ook weg; zo stopten de zusters met onderwijs in de gemeentelijke basisschool. Zuster Elisabeth stopte op het einde van het schooljaar 1969 – 1970 en werd daarmee de laatste lesgevende zuster in Gijzenzele. 

Het aantal kinderen bleef stijgen. Eind de jaren ’60 waren ongeveer 50 kinderen in Gijzenzele geplaatst. De zusters konden onmogelijk alle taken perfect uitvoeren en dus werden er leken aangeworven : kinderverzorgsters, verpleegsters, enz. Dit was ook nodig omdat men vaststelde dat het aantal kloosterlingen begon te dalen.

1975 werd een keerpunt. Van dan af verminderde het aantal kleuters sterk. Vooral de winterperiode was een vrij stille periode binnen de kloostermuren.

In 1980 was het aantal kleuters zo gevoelig gedaald terwijl de personeelskost hoog opliep. Er werden onderhandelingen gestart om het kleintjesoord te sluiten.

Het aantal zusters was eveneens zeer sterk afgenomen.

Hier volgen 2 tegenstrijdige alinea’s

Op 1 september 1982 was nog maar één zuster in het klooster, de toenmalige verantwoordelijke zuster Martha.

Zuster Martial, zuster Alphonsine, zuster Marie-Claire, zuster Beatrijs en zuster Myriam verhuisden naar een ander klooster. Zuster Alphonsine, die 40 jaar in Gijzenzele verbleef, vertrok als laatste. Op 19 december 1982 sloot zij de deur van het klooster en verhuisde naar Oosterzele.


 Overzicht van de moeders (kloosterverantwoordelijken) te Gijzenzele

Naam + voornaam

Zusternaam

Periode

Deveseleer Martha

Marie-Martha

1980 – 1982

Keppens Ivonne

Marie-Godelieve

1966 – 1980

De Pril Eugenie

Marie-Prudentienne

1962 – 1966

De Waele Irma

Marie-Ludwina

1949 - 1962

Balcaen Maria

Marie-Albertine

1945 – 1949

Van Der Haegen Maria

Marie-Raymonda

1931 - 1945

Deplancke Elodie

Marie-Julienne

1905 - 1930

De gebouwen stonden leeg. Al vlug informeerde de gemeentelijke overheid om de gebouwen te kopen. De toenmalige bisschop Van Peteghem, ging niet akkoord met de verkoop en bepaalde dat de gebouwen gebruikt moesten worden voor een werk met godsdienstige doelstellingen.

De bisschop vroeg om een project uit te werken waarmee enkele juffrouwen uit Sint-Niklaas waren gestart. De doelstelling van het project was “een tehuis waar mensen met morele of psychische nood konden opgevangen en begeleid worden”.

De initiatiefneemsters was Georgette De Keulenaer uit Sint-Niklaas.

In 1983 werd de VZW “De Waterlelie” gesticht. De congregatie bleef eigenaar van de gebouwen.

Ook het secretariaat van de VZW “Dokter Terruwe” werd hier ondergebracht. De voorzitter van deze VZW was broeder van Liefde, Hubert Vermeulen.

Doelstellingen van de vzw dr. A. Terruwe

 

De v.z.w. Dr. Terruwe streefde ernaar de leer van Dr. Terruwe te verspreiden.

Dr. Terruwe heeft zich als psychiater heel haar leven over het gevoelsleven van de mens gebogen. Door haar studies en door de ervaring die ze opdeed bij duizenden patiënten in haar spreekkamer, kwam zij tot de formulering van haar leer, waarin het element van de bevestiging bijzonder belangrijk is. Juist die bevestiging is essentieel voor het geluk van de mens, voor de menselijke liefde.

Voor de verspreiding van die leer gebruikt de v.z.w. Dr. Terruwe verschillende middelen:

  1. Terruwe zelf houdt lezingen.
  2. Leden van de v.z.w. gaan spreken voor allerlei categorieen van mensen: groepen pastorale werkers, priesters, leraren en leraressen uit het Lager en uit het middelbaar Onderwijs en uit het niet-universitair Hoger Onderwijs,verplegers en verpleegsters, leden van de sociale dienst in een gemeente, en zo verder ...
  3. De v.z.w. organiseert gespreksnamiddagen.
    Tijdens dergelijke bijeenkomsten worden fragmenten uit een lezing van Dr. Terruwe of uit één van haar werken verklaard, waarna een dialoog volgt.
  4. De werken van Dr. Terruwe en de cassettes van haar lezingen worden te koop aangeboden.
  5. Een tijdschrift "Jij en Ik" wordt uitgegeven.
  6. Mensen die in hun gevoelsleven gekwetst zijn, die lijden aan een neurose, die zich niet aanvaard voelen, worden in de mate van het mogelijke individueel geholpen.

Er zijn contacten met de Dr. Terruwe-stichting in Nederland, met de universiteit van Keulen, met de Franstalige gebieden in ons land en daarbuiten.


 In 1988 werden de gebouwen gekocht door de Broeders van Liefde in Gent
Er werd in Gijzenzele een folder verspreid met de volgende mededeling:

In 1983 werd het domein van de Zusters Apostolinen in Gijzenzele met de goedkeuring van de Bisschop van Gent ter beschikking gesteld voor de Dr. Anna Terruwe-werking in België. 

Heel wat activiteiten vonden plaats in dit centrum.
Tientallen vrijwillige medewerkers en medewerksters hebben zich onbaatzuchtig ingezet voor velen. 
Toch wisten de bestuursleden na een jaar werking dat dit enig mooi domein te groot was voor een kleinschalig project zonder tussenkomst van de overheid. 
Onlangs nam de Congregatie van de Broeders van Liefde de beslissing om alles over te nemen ten gunste van het Sint-Gregoriusinstituut in Gentbrugge. 
De lokalen van de v.z.w. Dr. Anna Terruwe blijven echter beschikbaar voor een intense Dr. A. Terruwe-werking. 
Wie werden nu de nieuwe bewoners van ‘Huize de Waterlelie'? 
Het Sint-Gregoriusinstituut, een instituut waar onderwijs en opvoeding gegeven wordt aan gehoorgestoorde jongens en meisjes vanaf 3 tot 21 jaar;

  • spraak-, taal-en leergestoorde jongens en meisjes vanaf 3 tot 21 jaar; fysisch gehandicapte jongens en meisjes vanaf 3 tot 21 jaar 

Naast de zorg en de effectieve opvoeding en het onderwijs van deze kinderen en jongeren worden ook de oud-leerlingen begeleid en volwassen fysisch gehandicapte personen en volwassen doven opgevangen. 
Dit gebeurt langs het instituut zelf en langs de nazorgdienst voor doven.De reden waarom dit domein werd aangekocht is drievoudig. 
Br. Maurice Buyens, algemene directeur Gentbrugge, legt de plannen van het Instituut uit.(uit welke periode komt die tekst? ) 
Het zal volledig worden ingericht en onderverdeeld in 3 afzonderlijke delen die zullen voldoen aan een grote nood die in het instituut en daarbuiten bestaat:
een groot deel wordt ingericht als dagcentrum en home voor een 15-tal fysisch gehandicapte personen, zowel mannen als vrouwen. Deze personen kunnen daar wonen en voor hen worden steeds activiteiten georganiseerd. Het is de bedoeling om deze fysisch gehandicapte personen een opvang te geven zodat ze gelukkig kunnen leven en heel wat kunnen bijleren. Deze gehandicapten worden begeleid door een opvoedkundig team.

  • Vervolgens wordt een vleugel ingericht als weekendopvang voor een 10-tal sociaal gehandicapte jongens en meisjes vanuit het instituut. Deze kinderen volgen in de lagere school van het instituut. Ze worden begeleid door een gezin.
    Alleen tijdens de weekends en in de schoolvakanties worden deze kinderen in Gijzenzele opgevangen. Voor de rest verblijven deze kinderen op het Instituut in Gentbrugge.Een derde vleugel wordt omgevormd worden voor het verblijf van 12 sociaal gehandicapte jongeren van 16 en ouder. De bedoeling is dat ze, gedurende 3 à 4 jaar voorbereid worden op een meer zelfstandig leven, omdat ze in hun eigen gezin niet meer terecht kunnen omwille van één of andere reden. Deze jongens lopen elke dag school in Sint-Gregorius, maar ze keren elke avond ook terug naar Gijzenzele. Het is een “eigen thuis” voor die jongerens. Ze beschikken over een eigen kamer,een gemeenschappelijke woon- en eetkamer. Deze jongeren worden door een eigen opvoedkundig team begeleid. 

Voor deze drie initiatieven hopen we ook de steun te krijgen van de plaatselijke bevolking want het is belangrijk voor onze kinderen en jongeren dat ze aanvoelen dat ze, ook door de omgeving aanvaard worden. Hiervoor rekenen we op jullie allemaal.  

Intussen is heel wat veranderd binnen de muren van het intussen omgevormde “Huize De Waterlelie”.
Een kort overzicht 

1988
In dit jaar werd het domein in Gijzenzele gekocht dat – naast twee andere opvangfuncties - onmiddellijk plaats kon bieden aan vijftien bewoners van “De Beweging”, een onafhankelijke voorziening binnen de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde. Het oorspronkelijke dagcentrum met zijn vijf bewoners werd een nursingtehuis voor vijftien volwassenen. Ondanks deze eerste uitbreiding blijft de vraag naar opvang alsmaar stijgen. Het gaat vooral om patiënten met een niet aangeboren meervoudig motorische handicap (NAH).

1994
Omwille van deze vraag breidde “De Beweging” in 1994 voor een tweede keer uit: Groep II werd boven de doopvont gehouden. Ook het personeelsbestand volgt dezelfde stijgende evolutie. Geleidelijk aan groeide “De Beweging” uit tot een thuis zowel voor personen met een aangeboren als met een niet aangeboren motorische handicap. Het “Bezigheidstehuis De Beweging” werd wat het nu nog steeds is: het “Ortho-agogisch Centrum De Beweging”.

1996
Het O.C. krijgt de erkenning om vijfentwintig mensen onder te brengen. Het volledige gebouw in Gijzenzele zal voortaan door De Beweging worden betrokken, en na uitgebreide verbouwingswerken kon Groep III van start gaan.