Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

De zusterkes van het klooster van Gijzenzele - De zusterkes toestand 1905

Artikels

 Toestand 1905 

De Dorpsstraat (is dit een titel?). Voor 1905 behoorde perceel 114 c toe aan dhr Vervondel Eugene, herbergier in Gijzenzele. Vanaf 1905 werd het vroegere perceel 114c het huidige 114d. Samen werden 114d, 114e - 115c eigendom van dhr De Staercke Joseph, curé a Gentbrugge. De eigendom bestond uit ‘une école, une maison en un jardin’. (gegevens: archief van het kadaster) (eigenaardige tekst- anders formuleren?)

Op zondag 8 januari 1905 werden de zusters ingehuldigd tijdens de hoogmis van 10.00 uur. De celebrant was E.H. deken Noterman uit Wetteren.

Voor de eucharistieviering begon, werden de school en het voorlopige klooster plechtig ingezegend. Heel veel parochianen waren aanwezig. De kerk zat overvol.(vreemde overgang naar de volgende zin). De zusters bleven in de Dorpsstraat tot na WO I.

Op de grens Gontrode – Gijzenzele bevond zich een oude, in slechte toestand verkerende pastorij. Tot in 1883 was dit de woning van de pastoor van Gontrode en Gijzenzele. Toen kreeg Gijzenzele een eigen pastoor en werd een nieuwe pastorij opgericht naast de kerk. De toenmalige eigenaar de gemeente “Heyzenzeel” verkocht de hoeve aan de familie Schollaert uit het Wetterse. Dhr Schollaert vormde de voormalige pastorij om tot herenhoeve. De familie Schollaert stond bekend als een vrome familie; de man was ongehuwd en liet een testament opmaken in de vorm van een schenkingsakte. Hij schonk daarbij een groot deel van zijn goederen aan de kerk en aan kloostergemeenschap der zusters Apostolinnen.

Ingevolge de schenkingsakte van XXXXXXXXXXXXX verleden voor notaris Verstraeten uit Gavere, kwamen de zusters dus in het bezit van de herenhoeve Schollaert.

De gebouwen werden aangepast aan de noden van de zusters. Deze kwamen, zoals al vermeld, naar Gijzenzele om in eerste instantie in te staan voor het onderwijs.

In 1919 verhuisden de zusters naar een nieuwe woning in de Brielstraat.

Door de schenkingsakte, werden de zusters later ook ingeschakeld in de ouderenzorg.

In die schenkingsakte werd namelijk vooropgesteld dat er een hospice moet opgericht worden bij de vroegere hoevegebouwen. Dit hospice moest 16 bewoners huisvesten “behoeftige ouderlingen” meer bepaald vier (twee mannen en twee vrouwen) uit elk van de gemeenten Gijzenzele, Gontrode, Landskouter en Moortsele. Omstreeks 1920 was de instelling klaar voor de mannelijke en een jaar later voor de vrouwelijke bewoners.

Er was ook een boerderij aan het klooster gekoppeld.

In de schenkingsakte was ook bepaald dat zwaar zieken of personen met besmettelijke ziekten niet opgenomen mochten worden. De ouderlingen moesten behoorlijke kledij dragen. De schulden bij overlijden moesten door de gemeente betaald worden. In geval van verhoging van de levensstandaard en van de levensduurte mocht het aantal kostgangers verminderd worden tot acht, twee uit elke gemeente, telkens één van beide geslachten.