Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

De zusterkes van het klooster van Gijzenzele - De zusterkes Zwakke kinderen

Artikels

 Zwakke kinderen.

Kanunnik De Vos van het bisdom Gent was na een bezoek aan het klooster zo opgetogen over de gunstige ligging en de grote mooi aangelegde tuin, dat hij onmiddellijk contacten zocht om er zwakke meisjes van de stad Gent voor enkele maanden op te nemen, zodat ze op krachten konden komen.

Op 28 mei 1928 zou het klooster naast de ouderlingen ook meisjes herbergen, aanvankelijk voor enkele maanden, maar later konden meisjes van 6 tot 14 jaar er de volledige lagere school volgen in de parochiale school. De meisjes werden begeleid door zuster Alphonsine. In die periode was zuster Prosper medeverzorgster en zorgde zuster Baptiste als keukenzuster voor lekkere maaltijden.

Tijdens de oorlogsjaren 1940 – 1945 werd de kapel van het klooster gebruikt als kerkgebouw omdat de dorpskerk van Gijzenzele door de beschietingen te zwaar beschadigd werd. De toenmalige 7- en 12-jarigen deden hun “communie” in de kapel.

Vanaf 1955 werd voor de zoveelste keer een wijziging doorgevoerd. Van dan af werden er kinderen geplaatst door de mutualiteiten. Ze konden er gedurende een periode van 3 maand de kleuterklas volgen.

Dit zorgde voor vrij ingrijpende verbouwingswerken.

Op 15 februari 1955 werd een stedenbouwkundige vergunning verkregen voor het realiseren van een “uitbreiding der Kolonie voor zwakke Kinderen”.

De plannen werden getekend door architect Bressers uit Gent en Odilon De Cuyper uit Gijzenzele was de aannemer. Op 3 juli 1955 legde E.H. Van Bossuyt, algemeen directeur van de zusters Apostolinnen, de eerste steen.

In 1963 gebeurden terug vrij grote verbouwingen.

De boerderij die vanaf 1919 door de zusters, met een helpende hand van de boerenknecht en enkele ouderlingen in stand werd gehouden, werd in 1963 gesloopt.

Op de plaats van het hospice en de boerderij kwam een nieuwbouw met luchtige gebouwen voor op rust gestelde zusters.

In 1966 werd het secretariaat van het Wit-Gele kruis in de kloostergebouwen gevestigd. In dit jaar werd ook zuster Godelieve aangeduid als kloosterverantwoordelijke (moeder in de volksmond).

Al deze diensten samen vroegen uiteraard om meer personeel. In het begin waren er drie zusters, later vijf en uiteindelijk waren er een twintigtal zusters nodig om alle taken uit te voeren.

Sommige taken vielen ook weg; zo stopten de zusters met onderwijs in de gemeentelijke basisschool. Zuster Elisabeth stopte op het einde van het schooljaar 1969 – 1970 en werd daarmee de laatste lesgevende zuster in Gijzenzele. 

Het aantal kinderen bleef stijgen. Eind de jaren ’60 waren ongeveer 50 kinderen in Gijzenzele geplaatst. De zusters konden onmogelijk alle taken perfect uitvoeren en dus werden er leken aangeworven : kinderverzorgsters, verpleegsters, enz. Dit was ook nodig omdat men vaststelde dat het aantal kloosterlingen begon te dalen.

1975 werd een keerpunt. Van dan af verminderde het aantal kleuters sterk. Vooral de winterperiode was een vrij stille periode binnen de kloostermuren.

In 1980 was het aantal kleuters zo gevoelig gedaald terwijl de personeelskost hoog opliep. Er werden onderhandelingen gestart om het kleintjesoord te sluiten.

Het aantal zusters was eveneens zeer sterk afgenomen.

Hier volgen 2 tegenstrijdige alinea’s

Op 1 september 1982 was nog maar één zuster in het klooster, de toenmalige verantwoordelijke zuster Martha.

Zuster Martial, zuster Alphonsine, zuster Marie-Claire, zuster Beatrijs en zuster Myriam verhuisden naar een ander klooster. Zuster Alphonsine, die 40 jaar in Gijzenzele verbleef, vertrok als laatste. Op 19 december 1982 sloot zij de deur van het klooster en verhuisde naar Oosterzele.