Welkom te Gijzenzele

.......... De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Ontstaan van de kerk - Oorkondes

Artikels

Oorkonde uit 864

Zoals we hoger kenden lezen moet Gijzenzele ongeveer rond de 7de eeuw (de jaren 600), waarschijnlijk als gevolg van een schenking in het bezit van de Sint-Baafsabdij gek

omen zijn. We veronderstellen dat Gijzenzele, evenals Vlierzele, op het ogenblik van zijn schenking aan Sint-Baafs, een grote hoeve was ontstaan door ontginningen.

In het ‘Charter van de Sint-Baafsabdij van 11 oktober 864’ wordt er als volgt melding van gemaakt:

“Et in pago Bracbantense in villa Warminia similter cum omnibus suis adiacentiis, et in villa Flithersala cim omnibus que ibidem pertinere noscuntur, et villa Gisingasule similiter cum cunctis appendiciis suis.”

“In het Brabanse land zal het als volgt zijn: het landgoed Wetteren met zijn twee kerken plus alle bijhorigheden, het landgoed Vlierzele met zijn kerk en alle toebehorigheden en het landgoed Gijzenzele plus alle bijhorigheden zullen worden samengevoegd”.   

 

Oorkonde 967

 

In 976 was de kerk van Gijzenzele de moederkerk van de dochterparochie Gontrode.

De eerste kerken nemen de vorm aan van de antieke basiliek: een breed middenschip met vooraan een verhoog en met één of twee zijbeuken. Met de grote Romaanse abdijkerken en de gotische kathedralen ontstaat een plan bestaande uit een middenschip met een hoogkoor, twee of vier zijbeuken en een kruisbeuk, waardoor het gebouw de vorm van een Latijns kruis aanneemt. Het hoogkoor wordt het symbool van het hoofd van Christus, waardoor het koor soms afwijkt van de rechte lijn van het kerkschip. De kruisbeuk symboliseert de dwarsbalk van het kruis.

 

 

 

  

 


Volgens A. Van Lokeren[2] kan deze’ dimidia’ niet anders worden toegepast dan op ‘ecclesia’

Wij weten uit het charter van 976 dat Gijzenzele van dan af in het bezit was van een kerk, terwijl Gontrode er een afhangsel van was.

Verder schrijft dhr Van Lokeren dat het bijna zeker is dat door de hier bedoelde halve kerk, de kapel van Gontrode bedoeld wordt welke van de ‘mater ecclesia’ van Gijzenzele afhing en hoogst waarschijnlijk door de pastoor van de laatst genoemde gemeente benoemd werd.

Volgens de heer Serrure[3] moet door de anderhalve kerk van Gijzenzele verstaan worden dat er toen reeds te Gontrode een gebouw bestond waarin er goddelijke diensten werden uitgeoefend zowel als in Gijzenzele, waaruit bij besluit dat Gontrode en Gijzenzele in de ouden tijden wel geen twee afzonderlijke parochiën waren, maar wel samen anderhalve parochie hebben uitgemaakt.

In een akte van 1214 worden Gijzenzele en Gontrode als twee verschillende parochiën genoemd: “intra parrochias de Rodem et Ghisenzele”. Doch beide parochies bleven lange tijd samen en werden door één en zelfde priester bediend.


   [2] Histoire de l’abbaye de Saint-Bavon blz 63

   [3] In Graf- en gedenkschriften der provincie Oost-Vlaanderen