Welkom te Gijzenzele

De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Zondag 19 mei

 Op 19 mei zijn alle eenheden op hun eindbestemming.

Het VIde  Legerkorps bezet het terreingedeelte ten zuidoosten van de Schelde. De 5de  Infanteriedivisie komt omstreeks 11.00 uur uitgeput aan te Semmerzake-Munte en krijgt enkele uren rust. De 4de  Infanteriedivisie  stelt zich op tussen Munte en Betsberg en de 2de   Infanteriedivisie ter hoogte van de Betsberg, Gijzenzele en de Schelde te Kwatrecht met in het noorden het 5de  Linie, in het zuiden het 6de Linie en in tweede lijn het 28ste  Linie.

Het 3de bataljon van het 6de linie komt rond 04.00 uur aan te Gijzenzele. Enkele gewonden vervoegen de rangen. Men hoopt dat alle achterblijvers Gijzenzele zullen bereiken alvorens het te laat is. De soldaten zijn reeds drie dagen onderweg en de voedselvoorziening blijft uit. In Keerbergen-Werchter werden de soldaten voor de laatste keer bevoorraad. Het bataljon is niet meer wat het zijn moet. De strijdvaardige mannen zijn fel uitgedund en verlies aan wapenuitrusting werd vastgesteld.

 Het 6de Linieregiment bestaat nog uit twee infanteriebataljons en een bataljon tuigen, echter zonder mortieren 76 mm. De geplande versterkingen en aanvullingen komen niet toe. De gemiddelde mansterkte wordt op 150 per compagnie fuseliers geschat, de 12de compagnie op een honderdtal manschappen, hetzij in totaal een 600 man voor het ganse bataljon III/6.

 De 2de divisie vertrok rond 17.00 uur op 18 mei in de streek van Gijzegem om zich te voet te begeven naar haar verdedigingssector Kwatrecht-Gijzenzele. Ook de “Jagers te voet” doen hun naam eer aan en komen na een lange etappe aan in de streek van Semmerzake. De manschappen zij totaal uitgeput.

Twaalf vrachtwagens, dertien moto's, waaronder drie side-cars, 48 fietsen en alle door paarden getrokken karren (waaronder veertien mitrailleurs-caissons, de acht caissons mortieren M 76 en acht veldkeukens) van het 3de Bataljon, het 4de Bataljon en de stafcompagnie zijn achtergebleven. Van de bewapening ontbreken drie C 47 mm, alle mortieren M 76, veertien mitrailleurs, 25 FM, zeventien DBT granaat-lanceerders, 150 geweren en 65 pistolen GP. Er is nog munitie genoeg, de granaten die verschoten zijn en de 450 verloren laders FM buiten beschouwing gelaten.

Een gemiddelde van 8 mitrailleurs per compagnie is nog ter beschikking i.p.v. de oorspronkelijke 12. Het rollend materieel bestaat niet meer en er resten enkel nog een paar karretjes van landbouwers uit Keerbergen.

 De te bezetten stelling is bewaakt door eenheden Grenswielrijders: ze hebben enkele schetsen gemaakt en overhandigen deze omstreeks 06.00 uur aan de bataljonscommandanten van het 6de  Linie. Aan de hand van deze schetsen kunnen ze hun bevelen geven ten einde de nieuwe stelling te organiseren en te verdedigen. Van de "Tête de Pont de Gand" zijn voor de oorlog gedetailleerde opstellings- en bezettingsdossiers gemaakt, die eveneens de sleutels van de schuilplaatsen bevatten. Deze worden nooit ontvangen. De "Cointet"-barrière en de tetraëders[1], die een antitankhindernis moesten vormen, zijn niet geplaatst. Deze werden gebruikt op de KW-stelling[2] en werden niet geleverd voor het TPG.

 Gelukkig kent kolonel Godeau de stelling op zijn duimpje: voor de mobilisatie werkte hij gedurende zes jaar bij het 2de Département de Génie de Fortifications en is zo nauw betrokken geweest bij het ontwerpen van de "Tête de Pont de Gand", een grondige kennis die het regiment ten goede zal komen.

 In Gijzenzele werkt men op volle toeren.

Om 08.00 uur zijn de verkenningen reeds beëindigd. Met uitzondering van het prikkeldraadnet en de betonnen schuilplaatsen stellen de veldwerken niet veel voor. Het veldwerkmateriaal is onderweg verloren gegaan. Om toch materiaal te hebben om de werken aan te vatten schuimt men de omliggende boerderijen af en eisen de officieren spaden, schoppen, houwelen, rieken, bijlen, zagen en ander landbouwgerief op. Eerst begint men het schootsveld op te ruimen en dan te graven.[1] De manschappen zijn moe en hongerig, maar beseffen dat van de voorbereidingsgraad van de stelling hun leven kan afhangen en werken dus hard door.

Het 2de Bataljon arriveert om 07.00 uur te Landskouter en stelt zich te paard op, op de weg Oosterzele-Gontrode, op de Betsberg. De hulppost van het 2de Bataljon heeft een onderkomen gevonden in de graanstokerij Van De Velde op de Betsberg en opent om 08.00 uur, er is ontsmettingsalcohol genoeg…. [1]

 Het 3de Bataljon is in tegenhelling opgesteld:

1.       van links, 200 meter ten noorden van het halfmaanvormig bos tot

2.     rechts, 300 meter ten zuiden van de oude molen van Gijzenzele (AV 10).

De bataljonscommandant heeft als opdracht een anti-tankstelling op te bouwen en deze kost wat kost te verdedigen. Om 10.00 uur ontvangt ze de 13de Compagnie en een peloton C 47 mm (met slechts drie stukken) van de 14de Compagnie in steun, wat een gevoelige stijging van het aantal aan mitrailleurs met zich meebrengt.[2]

 Links wordt de 9de en de 12de Compagnie (zonder mitrailleurs) opgesteld, samen met twee C 47 mm. In het midden staat de 10de Compagnie en rechts staat de 11de Compagnie met één C 47 mm opgesteld. Al de kazematten worden bezet met ploegen van de 13de Compagnie: de bunker van het klein bos (AV 11 ) met twee mitrailleurs, de bunker van de molen (AV 10) met twee mitrailleurs, de drie bunkers rechts van het dorp met vijf mitrailleurs en één FM en de bunker rechts van de stelling van de 11de Compagnie met één mitrailleur en één FM; 1 bunker in Gijzenzele met 1 mitrailleur en 1 machinegeweer = commandopost van III/6.

Voor de stelling worden twee voorposten uitgezet. De ene (P1) wordt bezet door twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders van de divisie onder leiding van adjudant kandidaat-beroepsofficier Daems, terwijl de andere (P2) bemand wordt door de resten van het Peloton Verkenners van het 6de Linie. Hun opdracht bestaat erin vijandelijke voorhoedes voor de stelling te melden en verkenningen af te weren.

De hele opstelling is omstreeks 11.00 uur bezet.

Majoor Desprets installeerde zijn commandopost in Gijzenzele-dorp. Hij heeft echter een schrijnend gebrek aan transmissiemiddelen, zodat hij zich enkel in verbinding kan stellen met de commandopost van het regiment en van de 10de Compagnie. De majoor richt een aanvraag aan het regiment om bevoorrading.

Omstreeks 14.30 uur komt het bericht binnen dat uit de richting van Sint-Lievens-Houtem vier tanks vorderen. Twee verkenningspatrouilles worden ten oosten van de weg Oosterzele-Wetteren uitgestuurd, maar deze hebben niets te melden.

De werken vorderen goed. In Gijzenzele worden schietgaten in de huismuren geslagen en worden andere muren afgebroken om goede verbindingen te hebben. 's Avonds zijn de werken in het dorp bijna ten einde. Een paar hindernissen voor en in het dorp moeten nog aangelegd worden en het koren afgemaaid.

's Avonds worden volgende stellingen ingenomen: één gevechtsgroep van de 9de Compagnie wordt naar de bunker aan het klein bos gestuurd om er de nabije beveiliging van te verzekeren en een andere naar de linkerlimiet van de stelling, in verbinding met het 1ste Bataljon 5de linie. Twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders worden in versterking naar de voorposten P 1 en P 2 gestuurd, maar vergissen zich en stellen zich op in de Meerstraat.

's Nachts werkt één derde van het personeel op de stelling terwijl één derde waakt en de rest rust. De nacht is kalm, buiten het binnenlopen van een colonne Ardense Jagers omstreeks 01.00 uur, met een gevangen Duitse officier, valt er niets te melden.

Gezien er nog steeds geen bevoorrading is gebeurd bij het 3de Bataljon wordt de verlaten bakkerij opengebroken. In de compagnies wordt beroep gedaan op soldaten die de bakkersstiel kennen en met de achtergelaten ingrediënten wordt er voor heel het bataljon brood gebakken, tot groot genoegen van de manschappen.

Situatie van de Belgische stelling op 19 mei.

De grens tussen het 5de Linieregiment (Kwatrecht) en het 6de Linieregiment (Gijzenzele) loopt vanaf de Schoolstraat over de Langestraat – Bosstraat zo naar de Geraardsbergse steenweg te Gontrode (Melle). De bunkers A 38 (Schoolstraat) en D 17 (Langestraat) werden bemand door het 5de Linieregiment.

 Te Gijzenzele zit in eerste lijn het 3de bataljon van het 6de Linieregiment; te Kwatrecht eveneens het 3de bataljon van het 5de Linieregiment.

 In steun voor Gijzenzele (2de lijn) ligt te Landskouter het 28ste linieregiment.

 De vooruitgeschoven posten P1 en P2 bevinden zich respectievelijk in de omgeving van het kruispunt Reigerstaat / Geraardsbergse steenweg / Groenweg en in de omgeving van het kruispunt Reigerstraat /Bavegemstraat / Moortelbosstraat.


[1] 19 gekwetsten waaronder één Duitser zullen er opgevangen worden; één dode zal er geborgen worden.

[2] De 13de Compagnie heeft er op dat ogenblik nog 14.



[1] De opruiming van het schootsveld is de grootste bezorgdheid van de regimentscommandant. De gewassen staan al een 80 cm hoog en men ziet niet veel. Het terrein is gunstig voor infiltratie. De geplande veldwerken werd onder druk van de lokale politici afgelast, die de stemmen van de landbouw nodig hadden voor de verkiezingen. Vanuit Gijzenzele-dorp heeft men zicht tot aan de bunkers AV 10 – 11 – 12 die de kam vormen langs de baan Wetteren-Oosterzele.


[1] De "Cointet"-barrière : waren stalen hekken. Deze Belgische poorten, zoals ze ook werden genoemd, gaven de KW-linie haar bijnaam "de IJzeren Muur". In 1933 uitgevonden door de Franse generaal Leon Edmond de Cointet de Fillain werden ze vaak in België gebruikt. De tetraëders of viervlaksgestellen waren metalen driezijdige piramides. Er waren twee types. Het lichte type woog ongeveer 190kg, terwijl het zware type, dat met beton was opgevuld zo'n 470 kg woog

[2] ijzeren verbinding tussen Koningshooikt en Waver

Er zal echter geen tijd over blijven om uit te blazen. De vijand staat reeds aan de horizon en is niet uitgeput zoals ons voetvolk.