Welkom te Gijzenzele

De kleinste deelgemeente van Oosterzele

20 mei

In Gijzenzele bleef alles rustig, niets te melden. Een rustige voormiddag. De regimentscommandant voert een inspectie uit van de bataljons en lijkt tevreden.

Om 09.30 uur melden burgers aan post P 1 dat op zo'n drie kilometer voor de stelling een Duitse moto op een mijn is gelopen. De zaak wordt nagetrokken door een patrouille. Ze vinden een vernielde sidecar met twee gesneuvelde Duitsers. Hun automatische wapens en hun papieren worden meegenomen en afgegeven op de commandopost 6de Linie. Om 12.30 uur melden de verkenners dat ze uit P 2 acht vijandelijke sidecars hun post hebben zien naderen. Ze verlaten hun stelling, maar worden teruggestuurd. Het is echter te laat. Als ze hun stellingen opnieuw willen bezetten, is de post al ingenomen door Duitsers: P 2 is verloren.

In de vroege namiddag wordt de stelling overgevlogen door Duitse vliegtuigen, daarna keert de stilte weer terug. Om 14.00 uur wordt post P 1 hevig beschoten. Kolonel Godeau beveelt deze te ontruimen. Plots wordt Gijzenzele hevig beschoten door artillerievuur, verschillende huizen, waaronder dat van de pastoor, worden beschadigd. De pastoor zelf, de enige inwoner die ter plaatse is gebleven, wordt gekwetst en na verzorging in de hulppost van het 3de Bataljon afgevoerd naar de commandopost van het regiment.

Ondertussen leggen de Duitsers een dicht rookscherm aan ter hoogte van de baan Oosterzele-Wetteren en vallen aan gebruik makend van vlammenwerpers. De bunkers aan het klein bos (AV 11) en aan de oude molen (AV 10) worden omcirkeld en ingenomen. Een tiental man wordt hierbij krijgsgevangene gemaakt, maar de gevechtsgroep die de bunker van het klein bos bezet, kan zich vrijvechten en voegt zich terug bij het 3 Bataljon.

Het Duits bataljon geeft snel een bericht door naar achter : “sterke tegenstand uit bunkers en loopgraven”. De opmars van de Duitsers verliep zo snel dat hun artillerie nog niet is aangekomen. Enkel een vooruitgeschoven groepje verkenners komt ijlings naar voor om een geschutsstelling te verkennen.

 Het Duitse infanterieregiment 171 speelt ook een rol. Via Wieze, Lede, Vlierzele, Bavegem, komt het naar de Veldstraat te Oosterzele. Het krijgt de opdracht rechtdoor te stoten naar de wijk Kwaadbeek, terwijl het 2de Bataljon 171 richting Landskouter zal nemen. Het 1ste Bataljon komt terecht in flankerend vuur van de schuilplaatsen te Gijzenzele.

 De vijand dringt door in de stelling van het 3de Bataljon en slaagt erin het klein bos te bezetten. De waarnemers van Gijzenzele hebben de vijandelijke batterij ontdekt die ononderbroken het dorp onder vuur neemt. Er komt versterking van artilleriegeschut met als voornaamste doelstelling het bos en de ontdekte batterij, die zich ten oosten van de weg naar Geraardsbergen bevindt, onder vuur te nemen. De schoten treffen doel, het bosje lijkt geschoren, de vijandelijke batterij houdt op met vuren en verplaatst zich.

Rond 19.00 u vermindert het vijandelijke schieten.

 Het Duitse infanterieregiment 171 ligt ingegraven in verdediging langs de weg Westrem-Kwaadbeek-Heistraat frontaal op Gijzenzele. De commandopost van het regiment zit in de Veldstraat te Oosterzele. Ook hier liggen de Duitse stellingen onder zwaar artillerievuur en lijdt men merkbare verliezen aan manschappen en materieel. De situatie aan Duitse zijde ziet er niet schitterend uit en bereikt een kritiek hoogtepunt. Volgens de Duitse officieren is de Belgische artillerie de boosdoener en is deze, zowel wat aantal als schootstechniek betreft, veruit de meerdere van de Duitse. De Duitse Oberst wacht op de aankomst van zware artillerie alvorens opnieuw een aanval te lanceren.

Het 3de Bataljon ontvangt steun van het 2de Bataljon 28ste Linie. Luitenant Moyson wordt met zijn peloton ter beschikking gesteld van de 9de Compagnie om ingeschakeld te worden in de verdediging van het zuidelijk gedeelte van Gijzenzele. Eén sectie van de compagnie, onder leiding van luitenant Lonnoy (bevelhebber van de 13de Compagnie), voert om 20.40 uur een offensieve patrouille uit naar het kleine bos.

Ze bereikt het bos, tracht door te dringen tot aan de oost-rand, maar wordt verrast door een hevig mitrailleurvuur. De patrouille trekt zich terug met vier gekwetsten.

Ondertussen heeft onderluitenant Van Saceghem (9de Compagnie) zich met enkele mensen van zijn peloton kunnen opstellen in de terreinscheur juist ten westen van het bos. Hij wordt eveneens onder vuur genomen vanuit het bos, dringt niet aan en bezet terug zijn stelling in de schoot van de 9de Compagnie.

De Duitsers blijken in het bos goed opgesteld te zijn en blijven aan onderhouden cadans vuren. Eveneens worden artillerie en ‘Minenwerfer’ ingeschakeld.

Gedurende de nacht vuurt de vijand zonder ophouden. Ze gebruiken lichtspoormunitie en laten vuurpijlen op het dorp neerkomen. Verliezen van de dag: 4 gewonden; 10 onderofficieren en soldaten die de 2 verloren bunkers bezetten, worden als vermist opgegeven.

De staf van het 6de Linie verwacht een aanval bij het ochtendgloren. De artillerie wordt ingeschakeld om de mogelijke voorbereidingen ervan te storen. Om 03.30 uur vraagt majoor Desprets een beschieting van het bos. De vuuraanvraag wordt stipt en heel nauwkeurig uitgevoerd.