Welkom te Gijzenzele

De kleinste deelgemeente van Oosterzele

De Duitsers wagen het niet om, zoals voorzien, vroeg in de voormiddag langsheen de Betsberg door te stoten naar Merelbeke. Eerst moet de situatie gunstiger zijn op hun rechterflank te Kwatrecht-Gijzenzele.

 Omstreeks 04.30 u krijgen de Duitsers versterking. Twee Duitse vrachtwagens waarvan één gemerkt met een rood kruis, stoppen voor de weg die leidt naar de molenbunker.

Een goed dozijn gewapende soldaten verlaten de vrachtwagens en zoeken dekking achter onze bunker. De C-47 batterij rechts van Gijzenzele geplaatst, schiet een granaat af  die de soldaten treft, komend uit de tweede vrachtwagen. Een tweede granaat ontploft in de nabijheid van één der voertuigen en een derde granaat vlak daarop.

Enkele vijandelijke soldaten vluchten. Het is onmogelijk geweren te gebruiken, de Duitsers zijn meer dan 500 meter van ons verwijderd. De gevechten bij de 9de Cie. nemen in hevigheid af en de commandant van het 3de Bataljon maakt van de toestand gebruik om een tegenaanval in te zetten om de twee verloren bunkers weer in te nemen

 Onderluitenant Van Saceghem zal met een groep het linkse gedeelte van het bos omsingelen. Luitenant Lonnoy en onderluitenant Moyson (II/28) zullen samen met een afdeling van de groep DBT (granaat-lanceerders), het centrum van het bos voor hun rekening nemen.

Eerste sergeant Zaumbreckers[1] zal met een gevechtsgroep en 5 man van het peloton “buiten rang” afkomstig van de 9de Cie., met een omtrekkende beweging langs het zuiden het rechtse gedeelte van het bos omsingelen. De C 47 mm zullen juist voor de aanval de plaatsen beschieten waar de vijand gemeld is.

Onze kanonnen C47 openen het vuur op de vijandelijke stellingen. We schrijven 08.00 uur. Onder het klaroengeschal zetten allen zich in beweging. Onderluitenant Van Sacegehem slaagt er reeds onmiddellijk in een Duitser krijsgevangen te nemen (soldaat Schubert van het 25ste Duitse infanterieregiment).

Twee Duitsers worden neergeschoten door eerste sergeant Zaumbreckers; anderen vechten verbeten terwijl ze zich terugtrekken.

De groepen van onderluitenant Moyson bereiken de oostkant van het bos zonder noemenswaardige tegenstand te hebben ondervonden. De vijand heeft 15 doden achtergelaten, doch geen enkele gewonde. De schaapstalbunker is heroverd en de manschappen van het II/28e vestigen zich aan de oostkant van het bos.

De groepen die hebben deelgenomen aan de aanval brengen buitgemaakte voorwerpen mee: 5 machinegeweren voorzien van munitie, enkele geweren, twee revolvers, schouderknopen van het Duitse 25ste infanterieregiment en identiteitspapieren gevonden op dode soldaten. Twee der lichte machinegeweren zullen dienst doen bij de herbewapening van de schaapstalbunker, de drie andere zullen verdeeld worden onder de eenheden die zich reorganiseren.

Om 09.45 uur is het bosje volledig heroverd en ook abri Av 11 (schaapstalbunker) is opnieuw in het bezit van de Belgen. Av 10 (molenbunker) kon niet ingenomen worden. De mannen van het 6de Linie vinden in het bosje op de heuvel 4 Duitse gesneuvelden en enkele gewonden. Een gekwetste Duitser echter ligt achter zijn wapen verder te vuren op de naderende Belgen en men is verplicht de man te doden om aan zijn hardnekkige weerstand een einde te stellen. Twee Duitse machinegeweren worden buitgemaakt door de Belgen. Om 10.30 uur signaleert de waarnemer van het 2de artillerie dat zowel Av 10 als Av 11 heroverd zijn. Doch weerom een half uur later, na een kort voorafgaandelijk bombardement waarbij 2 mensen van het 6de Linie sneuvelen, bestormen de Duitsers opnieuw het bosje en worden de Belgen er nogmaals uit verdreven

Rond 11.30 uur wordt de groep II/28 die zich aan de oostkant van het bos bevindt, zijdelings aangevallen en ziet zich verplicht tot terugtrekking. Ze worden verdreven door aanhoudende salvo’s uit vijandelijke machinegeweren. Met een aanzienlijke versterking neemt de vijand terug het bos in handen. De bevelhebber der 11de Cie. heeft 18 vijandelijke groepen geteld die in rijen achter elkaar het bos zijn binnengetrokken (± 200 manschappen).

Rond 13.15 uur beschiet de vijandelijke artillerie het dorp met telkens drie ononderbroken bombardementen. Vliegtuigen overvliegen onze stellingen, bombarderen en mitrailleren het dorp. Onze 10de Cie. telt 8 doden, 17 gewonden en 3 machinegeweren buiten gebruik. In het centrum van het dorp is de toestand niet beter: 1 dode en 6 gewonden in de totaal vernielde bakkerij. Een granaat valt in de commandopost van de 9de Cie., doodt een telefonist-seiner en verwondt luitenant Vinoelst en adjudant Geurden. Voor mijn commandopost zijn er 2 dode voedselbedelers en 3 gewonden, terwijl een telefonist-seiner uit mijn staf onthoofd werd. Meerdere gewonden werden geteld bij de 12de en 13de Cie. Alle telefonische verbindingen zijn verbroken. Er rest nog het radioverslag.

Dit groots opgezet vijandelijk bombardement geeft meer de indruk een artillerievoorbereiding te zijn in afwachting van de grote aanval. Majoor Desprets laat een artilleriebombardement uitvoeren op het bos, net op het moment dat de vijand wil aanvallen. De Duitsers aarzelen. Enkele groepen verlaten het bos en vorderen richting Gijzenzele. Een handgranaat ontploft voor mijn commandopost. Het 3de Bataljon opent het vuur met al zijn beschikbare middelen, gekwetste Duitsers vallen neer en slepen zich terug naar het bos. Er vallen heel wat doden. De aanval stopt, de vijand sleept zijn gesneuvelden mee en keert terug in het bos. Voor het 2de Bataljon zetten de Duitsers de aanval in vanuit Meerstraat, doch deze wordt snel afgeslagen door het hevige vuur van de verdedigers van de Betsberg en de artillerie. De vijand keert terug naar zijn vertrekstelling.

In de loop van de namiddag wordt de Duitse aanval opnieuw toegespitst op de sector Gijzenzele-Kwatrecht. De Duitse divisie voelt zich gesterkt door de aankomst van Panzer Jäger en van de schwere Artillerie, terwijl ook steun is toegezegd door de Luftwaffe.

Tegenover Gijzenzele staan ook de kanonnen van 2de bataljon van het 67ste artillerieregiment opgesteld. De bomen van het bos tussen Kleistraat en Veldstraat dekken hen  tegen observatie van de vijand. Niettemin worden ze toch door een waarnemer van onze 16de infanteriedivisie opgemerkt. De vijandelijke artillerie, aanzienlijk sterker dan op 20 mei, schept nieuwe moed voor de Duitsers.

Om 14.00 uur vindt een nieuwe artilleriebeschieting van de zuidrand en het centrum van Gijzenzele plaats. Er sneuvelen vijf militairen, tien anderen worden gekwetst afgevoerd. De vijand valt terug aan vanuit het oosten op de grens tussen het 5de Linie en het 6de Linie en vanuit het zuiden, wordt echter tegengehouden door het hevige vuur van het 3de Bataljon en druipt terug af naar het bos. De artillerie staakt het vuren.

Het 3de Bataljon herschikt de stellingen en stelt enkele elementen op, naar het noorden gericht. Om 17.00 uur lopen enkele Duitsers terug in de andere richting. Even later meldt kolonel Godeau dat de noorderbuur zijn kwartier verlaten heeft en dat de noordgrens volledig onbewaakt is. De vijand rukt daar stelselmatig op onder dekking van de korenvelden. Enkele Duitse soldaten worden door onze fuseliers neergeschoten. In looppas komen de Duitsers naderbij.

Hij vraagt steun aan de divisie en verkrijgt het Eskadron Wielrijders in versterking. De bevelhebber ervan meldt zich om 19.00 uur op de commandopost en wordt om 20.10 uur opgevangen door luitenant Lonnoy. Het 3de Bataljon neemt haar vroegere opstelling weer aan.

De manschappen van het linkse peloton hebben hun werk, zij vuren als bezetenen. Aan onze linkse zijde op meer dan 400 meter verwijderd, zien we vijandelijke groepen oprukken en even snel verdwijnen in de achtergrond van ons naburig kamp 1/5.

Bij het 5de Linie beginnen zich op dat ogenblik symptomen van vermoeidheid te tonen. Groepjes infanteristen trekken achteruit, bezwijkend voor de zware beschieting. Tezelfdertijd komt de Duitse infanterie aanzetten: infanterieregiment 234 slaagt er in nogmaals tot Kwatrecht door te dringen. Om 16.40 uur ontvangt men op het hoofdkwartier van de 2de infanterie divisie een alarmerend bericht van het 5de Linie : het II/5 is uit zijn commandopost geworpen en ligt thans op de spoorwegberm tussen de schuilplaatsen B 43 en D 19.

Vijf minuten later loopt een boodschap binnen van het 6de Linie: bij het IIde bataljon op de Betsberg is alles oké doch het 3de Bataljon van het 6de Linieregiment te Gijzenzele is gedemoraliseerd; men verwacht er zich ieder ogenblik aan een aanval en vraagt artillerievuur, vooral bij het bos in halvemaanvorm waar de situatie het meest hachelijk is.

Om 18.00 uur hernemen de Duitsers de aanval op Gijzenzele. Het 3de Bataljon ontvangt twee T.13-tanks in steun van de Compagnie Antitank van de 2de Infanteriedivisie. De ene wordt opgesteld bij het peloton van luitenant De Neve, de andere bij het peloton van luitenant Van Damme.

De T.13 rechts heeft het hard te verduren, want de C.47 laat het afweten. Meerdere vijandelijke groepen trachten op te rukken, doch worden steeds teruggeslagen. Toch kunnen enkelen onder hen tot aan onze eerste linies doordringen. Sluipschutters posteren zich in bomen, ze zijn bijna niet op te sporen. De eerste 2 groepen van het peloton De Neve moeten onder een voortdurende beschieting terrein afstaan. Twee vooruit geschoven groepen van het peloton Van Bril onder leiding van onderluitenant Van Saceghem, slagen erin het verloren terrein terug te bezetten zonder noemenswaardige reactie van de Duitsers.

Op het kruispunt van de baan Gontrode-Gijzenzele op 400 meter ten oosten van de spoorweg (Potaardewijk) treft kolonel Godeau onderluitenant De Neve en zijn manschappen aan. Hij geeft hen zo'n hevige uitbrander dat de soldaten hem wenend smeken hen hun fout te vergeven. Hij neemt onderluitenant De Neve zijn kentekens af, en roept hem terug te keren naar zijn stelling om er zijn sterren terug te winnen. In looppas verdwijnen ze terug naar Gijzenzele.

De vijand heeft zich weer teruggetrokken in het bos en het hevige strijdgewoel van de namiddag maakt plots plaats voor een relatieve stilte 's avonds. De stelling is ongeschonden, maar er zijn talrijke verliezen. Toch is het moreel goed. De Duitsers blijken toch niet zo onoverwinnelijk te zijn en dat schept terug vertrouwen.

Rond 19.00 uur bereikt het wielrijders-eskadron van de 2de infanteriedivisie het dorp. Een peloton zal worden geplaatst tussen het 28ste en dat van Van Saceghem, het andere peloton zal mijn linkerzijde versterken. Luitenant Lonnoy die naar de hulppost was gestuurd, brengt een peloton terug van het 1/5e (onderluitenant Denies). Majoor Desprets geeft deze officier opdracht zijn verlaten stelling terug in te nemen. Gedurende de nacht probeert de vijand nog enkele doorbraakpogingen onder gebruik van mitrailleurs en machinegeweren, enig artilleriegeschut en veel meerkleurige vuurpijlen.

Vandaag heeft het 3de Bataljon 29 manschappen verloren, 85 anderen zijn gekwetst. De 10de Compagnie wordt om middernacht versterkt met een peloton mitrailleurs van de 13de Compagnie.


[1] Eerste sergeant Zaumbreckers ging na de capitulatie over naar het verzet. Hij werd op 28 april 1942 aangehouden. Op 10 juli 1943 werd hij hiervoor gefusilleerd en begraven op het Nationaal Schietplein te Brussel. Na de oorlog werd hij bijgezet in het erepark “Schoonselhof” te Antwerpen