Welkom te Gijzenzele

De kleinste deelgemeente van Oosterzele

22 mei 1940 : ontruiming van het T.P.G.

De ochtend breekt aan.

Kwatrecht is in handen van de Duitsers en praktisch alle schuilplaatsen worden door hun infanterie bezet. Alleen de abri A 40 (juist naast de spoorlijn, in de voortuin van de Landbouwschool) wordt nog verdedigd door de Belgen. De toestand is vooral kritiek bij het 1/5 dat de sector tussen de Landbouwschool en Gijzenzele-Dorp moest houden. De vijand is er in geslaagd een wig te drijven tussen het I/5 en het III/6 zodat de verdedigers van Gijzenzele met omsingeling worden bedreigd. In de late namiddag worden daarheen ijlings versterkingen gezonden: het Escadron Cyclisten/ 2de infanterie divisie en het verkenningspeloton van het 5de Linie.

Beslissingen op hoger vlak

Terwijl in het T.P.G. zelf zo hevig tegenstand was geboden dat de Duitsers slechts plaatselijk enige terreinwinst hadden kunnen boeken en er niet in geslaagd waren de doorbraak naar de stad Gent te forceren, werden ver achter het front beslissingen getroffen die een bepalende invloed zouden hebben op het verder verloop van de strijd in onze regio.

Op 21 mei, tijdens de bijeenkomsten van de Geallieerde legeraanvoerders te leper viel de beslissing: het Belgisch Leger zou zich terugtrekken achter de Leie. De versterkte linie ten zuiden van Gent verloor bijgevolg haar belang en moest worden prijsgegeven.

Geleden verliezen gedurende deze harde dag van 21 mei

Hoofdkwartier III/6e 1 dode 2 gewonden
9de compagnie 12 doden 40 gewonden
10de compagnie 8 doden 17 gewonden
11de compagnie geen doden 1 gewonde
12de compagnie 3 doden 6 gewonden
13de compagnie 2 doden 12 gewonden
Peloton II/28 3 doden 6 gewonden
Hetzij een totaal van 29 doden 84 gewonden

De Duitse division plant het begin van de aanval om 07.00 uur, met het zwaartepunt bij infanterieregiment 192. Het zwaartepunt van de Duitse aanvallen wordt dus nogmaals verlegd: de hoofdstoot zal niet meer worden gegeven te Kwatrecht, noch te Gijzenzele, doch tussen de Betsberg en de spoorweghalte Moortsele, Via Moortsele - Landskouter - Lemberge zal men dan Merelbeke trachten in te nemen.

 In de vroege ochtend komt een compagnie wielrijders van het 3de Bataljon van de Ardense Jagers voorbij onze stellingen te Gijzenzele en neemt stelling aan de noordrand van het dorp. Rond 06.00 uur gelast majoor Desprets het peloton Papejans de Morckhove van de wielrijders der 2de infanteriedivisie met de opdracht het gisteren verloren terrein terug te bezetten.

 Na een krachtige inzet van onze artillerie trekken de wielrijders van de 2de infanteriedivisie  onder leiding van luitenant Papejans, vergezeld door een groep vrijwilligers, ten aanval. De vijand biedt geen weerstand. In het bos vinden we vele dode Duitse soldaten. Geen enkele gewonde. Die zouden vervoerd zijn met vrachtwagens, althans volgens commandant Dubois. Om 15.00 uur brengt Luitenant Papejans schouderplaten afkomstig van het Duitse 152ste infanterieregiment, wapens (F.M.), papieren, helmen, enz. mee en maakt ze over aan Majoor Desprets.

 Het is kalm op de stelling. Sporadisch vallen enkele schoten van automatische wapens. Men maakt gebruik van deze adempauze om de stellingen te herstellen en te verbeteren.

 Gedurende de dag beschieten enkele vijandelijke groepen – die zich ophouden nabij het bos – onze stellingen met tussenpozen.

 Om 18.00 uur voert de regimentscommandant een ronde uit langs de eerste lijn, kolonel Godeau laat de commandopost 3de Bataljon, die te veel blootgesteld wordt aan de vijand,  verhuizen naar een meer beschutte plaats. Ook worden de bataljons bevoorraad: het 3de Bataljon ontvangt naast voedsel en munitie, vier nieuwe FM's

 Vanaf 18.30 uur flakkert te Gijzenzele het geweervuur op en komt een groot aantal granaten neer op het dorp. Weldra staan enkele woningen in lichterlaaie. De verdedigers van het "centre anti-char Gijzenzele" worden zenuwachtig en beginnen te vuren met alle wapens. Na het invallen van de duisternis kunnen de chefs hun mannen kalmeren en de wilde schietpartij houdt weldra op. Nu en dan klinkt nog een enkel geweerschot van Duitse zijde of wordt de nachtelijke stilte verbroken door een ontploffende granaat.

 In de sector van de Belgische 2de infanteriedivisie signaleert het 1ste bataljon/5de Linie pas rond 08.30 uur troepenbewegingen aan Duitse zijde en wordt hulp gevraagd aan de artillerie om twee machinegeweren te verdrijven, opgesteld bij de maalderij De Pauw langs de Oosterzelesteenweg. Tussen de Landbouwschool en Gijzenzele ziet men ook vijandelijke groepjes die zich verplaatsen. In Gijzenzele-Dorp staan de verdedigers van het “centre anti-char” gereed: een bataljon van het 6de Linie, versterkt door het Eskadron Cyclisten/2de infanterie divisie. Het 1ste peloton van dit Eskadron Cyclisten zit in de huizen op de zuidoostelijke rand van het dorp; in de achtergevels welke naar het front gericht zijn, werden schietgaten gemaakt en men is ook begonnen met het graven van verbindingsloopgraven tussen de verschillende tuintjes der woningen. Pelotons 2 en 3 heeft men gebruikt om de rondom-verdediging van het dorp aan te vullen terwijl het Peloton Mi, onder bevel van adjudant De Boodt, zich aangesloten heeft bij de Cie Mi/6de Linie ten westen van de huizenkern. Drie T.13’s staan op de toegangswegen tot het dorp.

Dichter naar de Betsberg toe trachten de Duitsers hun vermisten te zoeken op het gevechtsterrein van de vorige dag. Geen gemakkelijke opdracht omwille van de hoogopgeschoten korenvelden, waarin mogelijk gekwetsten of gesneuvelden zijn achtergebleven. Daarenboven bestrijkt het hevig Belgisch vuur het hele gebied waarin de Duitsers koortsachtig zoeken.

Verder verloop van de dag :

 Aan beide zijden van het front wordt op hogere echelons ijverig gewerkt aan de voorbereiding van de thans voor de boeg staande operatie: voor de Belgen de terugtocht naar de Leie - voor de Duitsers: de beslissende aanval richting Gent. Op lokaal vlak worden nog kleine operaties uitgevoerd.

 Rond die tijd, hier wat vroeger, daar wat later, ontvangen de Belgische gevechtseenheden het bevel van de op handen zijnde grote terugtocht. Nogmaals zullen onze soldaten een stelling moeten ontruimen waarvan ze ondervonden dat ze verdedigbaar was; op sommige plaatsen heeft die stelling zelfs helemaal geen gevechtscontact gehad. Bij de officieren is de stemming niet opgewekt: hoe dit manoeuvre uitleggen aan de manschappen zonder al te veel ontmoediging te scheppen ? Het ontruimingsbevel was reeds vroeg in de namiddag aangekomen op het hoofdkwartier van het VIde Legerkorps.

 Het vlot uitvoeren van de operatie was een moeilijke opdracht gezien het wegennet - westelijke richting Schelde - niet geschikt is om massale troepenverplaatsingen op korte tijd op te vangen en ook omwille van het gering aantal bruggen over de Schelde bezuiden Gent.

 Rond 20.00 uur krijgt majoor Desprets het bevel tot terugtrekking naar Nevele (Leie). We vertrekken rond 23.00 uur. Eén peloton per compagnie blijft op de achterhoede onder leiding van commandant Dubois met versterking van 2 T.13’s.

 Het 2de eskadron  Cyclisten (2de infanterie divisie) moet de aftocht dekken te Gijzenzele vanaf 01.00 uur in de morgen. Het verslag van de eenheidscommandant geeft goed de atmosfeer weer en de omstandigheden waarin de terugtocht verloopt: twintig minuten na middernacht ligt Gijzenzele onder intens artillerievuur.

Op het rechteruiteinde van het dorp staat een woning in brand; de vlammen slaan over op andere huizen en de straat waarin zich de commandopost bevindt wordt spookachtig verlicht door de vlammengloed. Op bevel van commandant Van Bever begeven het 2de en 3de Peloton zich om 01.00 uur op weg vanaf hun stellingen op de rand van het dorp. Luitenant Papejans verlaat met zijn 1ste Peloton als laatste het dorp onder dekking van de T.13's. Het 2de en 3de peloton en het peloton Mi (zware mittrailleur) verzamelen ondertussen bij de fietsenstelplaats op de wijk Mellehoekske. Ongeveer 400 m buiten Gijzenzele ligt een gevechtsgroep over de weg, onder bevel van wachtmeester Vermeulen. Eens iedereen verzameld, rijden de Cyclisten via de Potaardewijk naar Landskouter waar ze om 01.45 uur aan de spoorweg aankomen. Voorzichtigheidshalve worden een paar F.M.'s opgesteld aan de overweg; de rest van de mannen gaat op de harde ballast liggen. De jongens zijn zo moe dat ze direct in slaap vallen. Het moreel is nochtans uitstekend.

 Rond 02.10 uur komt Papejans ook aan: de “décrochage” is perfect verlopen en Gijzenzele was stil op de het ogenblik van hun vertrek! Tien minuten later begeeft het Eskadron Cyclisten zich verder op weg via Lemberge-Bottelare-Schelderode, om er bij het krieken van de dag over de pontonbrug te rijden.

 De Belgen zijn er in geslaagd de Duitsers op een dwaalspoor te brengen door een geheimgehouden aftocht, in perfecte stilte verlopend voor het gros der troepen, terwijl enkele kleine detachementen de valse indruk geven dat het front nog verder bemand wordt.

 Hadden de Duitsers dan geen aandacht geschonken aan de zwaar dreunende vernielingen achter de Belgische lijnen ? Of was de betekenis van die ontploffingen hun helemaal ontgaan? Feit is dat het morgenrapport van de 56ste infanteriedivisie, om 04.30 uur Belgische tijd naar het IXe Armeekorps verzonden, allesbehalve de schijn geeft dat de Duitsers iets op het spoor waren gekomen. De tekst zegt woordelijk :

« Nacht im allgemeinen ruhig verlaufen. Von 4.00-5.00 Uhr vollkommene Feuerpause. Bereitstellung durchgefuhrt. A.A. 25 durch Teile der 216. I.D. abgelost. Angriffsbeginn 8.00 Uhr. Div.Gef.Stand ab 7.00 Uhr : Punkt 58, nordostwarts Hautem. »

De aanval gaat helemaal verlopen zoals gepland vorige dag! Snel verplaatst de Duitse Staf zich van Oordegem naar de heuvel tussen Sint-Lievens-Houtem en Letterhoutem om vandaar uit de doorbraak te volgen. Oberst Wolff van zijn kant gaat in de vroege morgen de compagniecommandanten opzoeken die straks in de voorste gelederen zullen oprukken. Daarbij valt het hem wel op dat de vijand zich erg stil houdt nadat hij tijdens de nacht nog levendig heeft gevuurd.

Om 05.30  uur telefoon vanwege General Geyer : bij de 30ste Infanteriedivison heeft men ontdekt dat de voor haar liggende Belgische lijnen ontruimd zijn! Als de bliksem slaat dit bericht in op het hoofdkwartier van de 56ste infanteriedivisie: wat is er gaande in de vijandelijke stellingen ? Waar zijn de berichten van de eigen verkenners en wat nu gedaan met de geplande aanval ?

 Verkenningspatrouilles worden uitgezonden door infanterieregiment 192: ze ontdekken dat niet alleen de Belgische schutterskuilen, doch ook de bunkers leeg zijn! Om 06.35 uur loopt dit bericht binnen op het hoofdkwartier van de divisie. Men slaagt er nog net in de artillerie te verwittigen die de infanterie rechtstreekse steun moest verlenen; de artillerieafdelingen die ver in het hinterland moeten vuren kan men echter niet meer verwittigen. Vermits dit echter geen gevaar kan opleveren tijdens de aanval door de eerste Belgische linies heen, mag de divisie om 06.46 uur het bevel tot verder oprukken doorgeven: per radio vertrekken de bevelen !

Daar infanterieregiment 192 gemakkelijk naar het noordwesten doorstoot, krijgt infanterie-regiment 171 opdracht over Vurste naar de brug van Eke op te rukken. Zoekcommando's voor het begraven der gevallenen van 21 en 22 mei blijven achter; de rest van het regiment verzamelt te Landskouter en marcheert in gesloten gelederen naar Vurste. De smalle kasseiwegen kennen drukke dagen. Infanterieregiment 234 zet eveneens de opmars verder om 07.00 uur. Geen vijand meer! Tot Gontrode wordt opgerukt met omzichtigheid; eens daar, wordt over Lindenhoek-Melsdries-Ledeberg de weg naar Gent ingeslagen. M.G. Bataillon 6 bereikt zonder enige tegenstand Gavere waar de Scheldebrug is vernield. Kleine stoottroepen varen naar de overkant en bouwen een bruggenhoofdje uit. Intussen waren bevelen gegeven voor de inname van de stad Gent.

    

 foto6 2

Wrakgoed…..

Dat waren op de eerste plaats de eenvoudige houten kruisjes die, alleen of in groepjes, her en der verspreid stonden waar gestorven werd, hetzij  “voor het Vaderland”, “pour la Patrie” of  “für Gross-Deutschland”. Voor de meeste van die doden heet het dat zij als soldaat hun plicht hebben gedaan, maar voor de familieleden van om het even welke gesneuvelde bleef het resultaat hetzelfde: droefheid om het verlies van een mens. Van al  deze kruisen kan men dan ook zeggen dat ze een waarschuwing zijn, Een aanmoediging om ook in de toekomst de vrede te betrachten. Meestal herinnerde een doorschoten helm aan de man die daar rustte onder het grafheuveltje, al dan niet versierd met een paar verwelkte bloemen, er door de kameraden als een laatste, stomme blijk van vriendschap achtergelaten. Het aantal Duitse graven was verrassend groot. De gevluchte burgerbevolking kwam weldra terug. Voor sommige inwoners betekende het een schok wanneer ze hun gehavend bezit terugvonden. De commentaar bleek vaak bijzonder bitter, vooral wanneer duidelijk werd dat de zinloze baldadigheden of plunderingen door landgenoten waren gepleegd. Zij die gespaard gebleven waren in hun bezittingen, gingen nieuwsgierig kijken hoe het er in de gevechtszone uitzag en men beleefde een korte periode van “battle-field toerisme”. Vooral de sector Kwatrecht-Gijzenzele was indrukwekkend. Langs de steenweg naar Oosterzele smeulde nog het puin van de maalderij De Pauw; tussen de halfverkoolde graankorrels lagen heel wat leeggesmolten mitrailleurskogels.

Foto verzameling Jacques De Vos  

 

GGK OORLOG KERK BINNENIN

Rond de geblakerde resten van de maalderij langs de smalle steenweg naar Gijzenzele hing een scherpe brandlucht. Een paar honderd meter verder, links van de straat en langs een rij wilgentronken aan een weide, lag een hele rij Duitse graven. Het was duidelijk dat de gesneuvelden pas werden begraven nadat ze van hun persoonlijke uitrusting werden ontdaan. Allerlei rommel slingerde er nog in het stof: een stuk verbogen bajonet, een gescheurde lederen riem, resten van een gasmasker of een sliert vuil verbandgaas. Strandgoed van de oorlog. Nog dichter bij Gijzenzele blonk een stapeltje Belgische munitie langs de wegrand : slanke C 47 projectielen. In het dorp, achter de ijzeren deur van een transformatorhuisje lag een massa afgeschoten geweerpatronen: daar had ongetwijfeld een scherpschutter verscholen gezeten om zijn dodelijk werk te verrichten.

En overal kon men de schutterskuilen zien: meer gecompliceerde en grote voor granaatwerpers of mitrailleurs, of van die zeer kleine compacte kuiltjes zo typisch voor de Duitse infanterist, meestal slechts een klein zitje uitgegraven naast een knotwilg waar het terrein een klein dijkje van een niveauverschil vertoont.

Doch het leven hervatte weldra zijn gewone gang. De oogsttijd leverde nog een laatste reeks herinneringen aan voorbije dagen : wanneer het rijp koren werd gepikt kwam links en rechts een stukje loopgraf of een schutterskuiltje tevoorschijn waarin een man eenzaam en ongemerkt was gestorven.

 

Foto Kerkarchief Gijzenzele  

Nog later werden de gesneuvelden bijeengebracht. De Belgen kwamen op de dorpskerkhoven van de streek terecht of werden naar hun woonplaats overgebracht. De Duitsers legden een “ Ehrenfriedhof “ aan in de voortuin van de Provinciale Landbouwschool te Wetteren Kwatrecht; uit de onmiddellijke omgeving werden er in totaal 128 gesneuvelden gegroepeerd, later aangevuld met een aantal Duitsers. gesneuveld of gestorven in het arrondissement Sint-Niklaas/Dendermonde. In 1948 zouden ze definitief overgebracht worden naar het groot militair kerkhof te Lommel en verdween het grafveld aan de Landbouwschool

Alleen de bunkers van het T.P.G. hebben stand gehouden tot op de dag van heden. De geur van vochtig stro, wapens, olie en ledertuig is er sinds lang uit verdwenen en ze zien er ook wat vervallen uit: de stalen deuren en pantserkoepels  werden tijdens de bezetting door Duitse arbeiders als schroot weggehaald en deuropeningen en schietgaten werden dichtgemetseld, alsof de bezetters bevreesd waren dat uit die bunkers nog het vuur zou worden geopend. Een zeldzame abri zal nog een rol spelen voor het Verzet, tot het verbergen van wapens gedropt door Geallieerde vliegtuigen in 1944. Doch dan is alles voorbij.

DSC02227 2   

Na de oorlog opende menig landbouwer de bunker op zijn terrein om er een bergplaats voor aardappelen van te maken; de valse muren van de camouflage werden samen met het pannendak weggehaald om ergens anders als bouwmateriaal te dienen zodat alleen een betonblok overbleef. De schuilplaatsen werden gedemilitariseerd en te koop gesteld door de Domeinen. Een paar van de abri's vielen onder de drilboor bij verbreding van de weg. Toch blijft het merendeel van die bunkers er nu nog staan, als stille getuigen van de strijd van mei '40 om het Bruggenhoofd Gent...

 
Foto Dirk De Ganck