Welkom te Gijzenzele

De kleinste deelgemeente van Oosterzele

Een Duits Ehrenfriedhofte Wetteren-Kwatrecht - 1942-1948

In het gebied waar zopas de slag om de verovering van het TPG gestreden was, kregen de Duitse gesneuvelden een voorlopig veldgraf op de plaats waar zij gevallen waren. Bijna onmiddellijk na de capitulatie werd door de Miltärbefehlshaber in Belgien und Nord Frankreich aan de gemeentebesturen opdracht gegeven een lijst aan te leggen met de namen en de gegevens van de gesneuvelden en een omschrijving van de plaats waar de veldgraven te vinden waren. De gemeente kreeg daarnaast ook opdracht de graven te onderhouden en een omheining aan te brengen indien zij bvb. op een weide lagen waar dieren liepen. Op gewenste tijdstippen dienden de graven bovendien met bloemen opgesmukt te worden.

De lijsten van de veldgraven zijn meestal in de gemeentearchieven bewaard gebleven maar vertonen nogal wat fouten in de namen, de geboorteplaats en de aanduiding van de eenheid. De verklaring daarvoor is dat de plaatselijke veldwachter die de lijsten opmaakte waarschijnlijk het Duits schrift op de kruisen niet altijd even gemakkelijk kon ontcijferen.

Te Gijzenzele werden de gesneuvelde Duitse soldaten begraven  op “Gijzel Kouter” een strook grond gesitueerd langs het ‘halve maanbos’. De gebroeders Quipor uit Gijzenzele werkten de graven af. Op de graven werden eikenhouten kruisen geplaatst welke werden geleverd door twee schrijnwerkerijen uit Oostende nl Joseph De Groote (10 eikenhouten kruisen à 100 frank stuk) en René Dyserinck (14 kruisen à 115 frank stuk). Deze 24 kruisen werden 3 maal gevernist, er werden hakenkruisen en letters opgezet à 50 frank per stuk door de firma Brys eveneens uit Oostende.

In de loop van het jaar 1942 werd door het Duits militair beheer beslist alle gesneuvelde Duitsers die nog overal in hun veldgraven verspreid lagen op te graven en ze op een beperkt aantal plaatsen te verzamelen. Dit werk werd door een Iepers bedrijf uitgevoerd onder toezicht van een Duitse Gräber-Offizier.

DuitseGraven

In Gijzenzele werden de Duitse gesneuvelden ontgraven tussen juli 1941 en september 1941 (er werd ontgraven op 24 juli 1941 – 17 en 18 augustus 1941 en 4 en 5 September 1941).

In totaal werd 160 uur gewerkt aan 5 frank per uur door 6 werklieden zijnde René François, Oscar De Schaepmeester, Germain Malyster, Firmin De Troyer, Jules Keymeulen en Charles Botte, en dit voor een totaalsom van 800 frank.

De lijkkisten werden gemaakt en geleverd door twee schrijnwerkers uit Gijzenzele, nl. Gaston Wanzeele, en René François.  Gaston Wanzeele vervaardigde 43 kisten, terwijl René François er 27 voor zijn rekening nam. De kisten werden beschilderd met verf van verfhandel Herman De Smaele voor een som van 51,25 frank.

Voor de soldaten die tussen Dender en Schelde sneuvelden was Wetteren-Kwatrecht de aangewezen verzamelplaats. De Duitse overheid legde beslag op een deel van de hovingen van de toenmalige Provinciale Landbouwschool, (nu Mariagaard) gelegen aan de weg Wetteren-Oosterzele. De gemeente Wetteren diende alle rekeningen voor de aanleg van het kerkhof te betalen en kreeg van de Duitsers de belofte dat de gemaakte kosten zouden terugbetaald worden.

Er diende aan het instituut Mariagaard ook een jaarlijkse huurprijs te worden betaald voor het gebruik van de grond.

In de voortuin van Mariagaard lagen reeds een veertigtal Duitse soldaten begraven in een veldgraf met een eenvoudig houten kruis. Zij waren in de omgeving gesneuveld tijdens de zware gevechten die daar plaatsvonden toen in de onmiddellijke buurt enkele bunkers veroverd werden.

Eén van die bunkers staat op grond van de school, juist naast de spoorweg, een tweede staat aan de overkant van de spoorweg. Beide bunkers staan er nog steeds. De aanleg van het kerkhof was sober opgevat. Het terrein besloeg het deel van de hovingen rechts van de centrale dreef die vanaf de steenweg naar de schoolgebouwen leidt, tot aan de holle berm van de spoorweg Gent-Brussel-Gent. Aan beide zijden van de middengang waren twee rijen van zes graven aangelegd, daarna zes rijen van twaalf graven. Aan de twee buitenzijden en aan de achterzijde was er een doorlopende rij graven. Vooraan waren twee perkjes aangelegd met groen en bloemen en over het geheel was her en der een jonge spar geplant. Rechts achter stond een mast waaraan de Swastikavlag wapperde. Er was ruimte voor ongeveer 200 gesneuvelden. Elke rij graven was afgezoomd met een witgekalkte boordsteen. De uniforme eikenhouten kruisen met swastika droegen de naam, de geboortedatum en plaats, de sterfdatum en de eenheid van de overledene. Tegen het eind van 1942 lagen er 200 man begraven. Daarvan behoorden er 143 tot de ID 56 die allen in mei 1940 gesneuveld waren.

Van die 143 waren er 18 gesneuveld bij de gevechten vóór de Dender, in de omgeving van Dendermonde, Denderbelle, Opdorp, Wieze en Buggenhout. Zij vielen op 18 en op 19 mei, dus één dag vóór de aanval op het bruggenhoofd Gent begon. Er lagen dus 125 graven van officieren, onderofficieren en soldaten die in de streek van Wetteren, Oosterzele, Gijzenzele gesneuveld waren. Verder lagen er 7 soldaten van het ID 208 (regimenten 309,337 en 338). Er lagen ook 24 soldaten van de Infanteriedivisie 256 (regimenten 456,476 en 481). Beide divisies hebben aan de rechterzijde van de ID 56 gestreden in een sector die liep vanaf Gent tot Terneuzen. Zij waren net vóór of net over het Kanaal van Terneuzen dodelijk gewond geraakt, naar het lazaret van Sint-Niklaas of dat van Nieuwkerken -Waas afgevoerd en daar overleden. In 1942 werden zij te Wetteren-Kwatrecht bijgezet. In de streek van St. Niklaas was het in mei 1940 niet tot gevechten gekomen, daar waren dus geen soldaten gesneuveld. Tenslotte lag er 1 soldaat van een onbekende eenheid.

In december 1948 werden, na een beslissing van de overheid, alle gesneuvelden van elk Duits verzamelkerkhof opgegraven en naar het centraal kerkhof van Lommel overgebracht. Zo gebeurde dat ook met de gesneuvelden van Wetteren-Kwatrecht. Zij liggen te Lommel verzameld in de blokken 33-40 en 41.

Komen de verliescijfers in het Kriegstagebuch van de ID56 overeen met het aantal gesneuvelden dat te Kwatrecht begraven werd?

Volgens de lijst lagen op het Ehrenfriedhof van Kwatrecht-Wetteren 125 officieren, onderofficieren en soldaten begraven van de 56ste Infanteriedivisie die op 20, 21, 22 en 23 mei te Wetteren, Gijzenzele, Oosterzele of in een andere gemeente van het bruggenhoofd Gent gevallen waren. Het is dus fout te denken dat de 200 Duitsers die er begraven waren allemaal gesneuveld waren in het bruggenhoofd Gent. Volgens de tabel in het KTB- (Kriegstagebuch), dat door Hauptmann Sprenger dagelijks bijgehouden werd, sneuvelden van zijn divisie op die vier bewuste dagen echter 208 officieren, onderofficieren en manschappen. Het aantal doden van de ID 56 dat te Kwatrecht begraven werd komt dus niet overeen met het aantal dat in het KTB vermeld is. Er is een verschil van 83 manschappen (208-125). Wat gebeurde met hen? Waar werden ze begraven? Aangezien er geen aanwijzingen zijn om de gegevens van het KTB in twijfel te trekken besluiten wij dat die 83 doden in 1942 niet naar Kwatrecht overgebracht werden maar op andere plaatsen verzameld werden.

Een zoektocht in de dodenlijst van het Ehrenfriedhofvan Deinze bracht ons een stuk in de goede richting. Te Deinze werden in 1942 namelijk 1793 Duitse soldaten verzameld waarvan de overgrote meerderheid in mei 1940 sneuvelde bij de gevechten aan de Leie, vanaf de Franse grens tot Deinze, alsook degenen die sneuvelden aan het Afleidingskanaal van de Leie, zijnde de Schipdonkse Vaart, en de mannen van de lD 256 die aan het Kanaal Gent-Terneuzen en in het Meetjesland vielen. Wij vonden in de Deinse lijst een aantal namen van mannen van de ID 56 die op 20-21-22-en 23 mei gesneuveld waren, tijdstip waarop die divisie volop strijd leverde aan de rechteroever van de Schelde en dus zeker nog niet tot Deinze doorgedrongen was. Die gesneuvelden kwamen dus uit het Bruggenhoofd Gent. Een grondig nazicht bracht snel aan het licht dat op het Deinse Ehrenfriedhof 46 militairen begraven lagen van de lD 56 die tussen 20 en 23 mei 1940 gesneuveld waren. Op de Deinse lijst zijn de plaatsnamen waar zij sneuvelden niet vermeld. In de 'kartei' van het centraal kerkhof van Lommel vonden wij op enkele steekkaarten de naam terug van de gemeente waar ze vielen, zoals Oosterzele, Scheldewindeke, Baaigem. Met de gegevens van Lommel en Deinze en het relaas van de gevechten zoals dat in het velddagboek uur per uur opgetekend staat, kunnen wij stellen dat een deel van de gesneuvelden van het Bruggenhoofd Gent naar Deinze overgebracht werden. Waarom die 46 man nu precies naar Deinze gebracht werden is niet duidelijk. Hun veldgraven lagen dichter bij Kwatrecht dan bij Deinze en het zou dus logisch geweest zijn dat ze naar Kwatrecht overgebracht werden. Te Deinze treffen we soldaten aan die op 20,21, 22 of23 mei sneuvelden. Te Kwatrecht treffen we, vreemd genoeg, geen enkele soldaat aan die op 23 mei sneuvelde en daar begraven werd. Het heeft er dus alle schijn van dat degene die op de laatste dag van de gevechten in het Bruggenhoofd Gent sneuvelden, net vóór zij de Schelde zouden oversteken ter hoogte van Gavere, Eine of Zwijnaarde, naar Deinze gebracht werden.

We blijven verder in het ongewisse of er in 1942 al dan niet richtlijnen bestonden om gesneuvelden naar een bepaalde verzamelplaatsen te brengen. Zo te zien werd toen geen vaste regel gehanteerd. Misschien werden zij verzameld per arrondissement?

 Het Armee Feldlazarett 646 van Aalst –Mijlbeek

 Het Armee Feldlazarett 646 werd te Aalst-Mijlbeek geïnstalleerd en opereerde daar onder leiding van Oberstabarzt Dr. Lessing vanaf 20 mei 1940. In een lijst van 'overleden patiënten' die door Jos Ghijsen in zijn werk 'Aalst 1940-1945' opgenomen werd, vonden we de namen van 45 dodelijk gekwetsten die daar verzorgd werden, maar die toch aan hun verwondingen bezweken. Onder die 45 overledenen van mei 1940 bevinden zich 20 mannen die tot de ID 56 behoorden. Zij werden allemaal dodelijk gewond in het Bruggenhoofd Gent. Dokter Lessing en zijn staf hadden te Aalst meer dan de handen vol, want niet minder dan 933 gewonden werden daar in een tijdspanne van 6 dagen binnengebracht. In die korte tijd werden 173 operaties uitgevoerd. 818 behandelde gewonden werden weggestuurd voor verder herstel of gingen terug naar de eenheid. 81 gewonden werden doorgestuurd, waarschijnlijk omdat hun kwetsuren te ernstig waren en zij bvb. niet meer in aanmerking kwamen om na herstel opnieuw ingezet te worden. Zij kunnen bijvoorbeeld naar Duitsland afgevoerd zijn. Niets sluit echter uit dat er van deze laatste nog een aantal overleden. Dat zullen we wellicht nooit kunnen achterhalen. We zullen dus ook nooit het juiste aantal gesneuvelden van het bruggenhoofd Gent kennen. Het lazaret was slechts tot 25 mei bedrijvig te Aalst en verplaatste zich dan dichter bij het front. Vanaf 26 mei was het hospitaal te Gent gevestigd waar gekwetsten uit het bruggenhoofd Deinze en uit het Meetjesland werden verzorgd. Op dezelfde lijst treffen we ook een 7-tal duidelijk identificeerbare overledenen aan van eenheden die aan de ID 56 toegevoegd werden. Ook 3 van de 4 officieren van het FLAK Rgt. 231 die te Oosterzele verongelukten komen op de lijst voor plus 2 mannen van het MG Btl. 6. Samen zijn er dat 32 van de 45 opgesomde doden. Op dezelfde lijst treffen we ook 8 mannen aan van de ID 216 aan die te Machelen, Olsene, Zulte of Oeselgem gekwetst werden en wellicht niet naar het veldhospitaal van de ID 216 van Ouwegem afgevoerd werden omdat de overvloed aan gewonden die daar aangebracht werd te groot was. Bij de 5 resterende mannen is hun eenheid niet duidelijk geïdentificeerd. Het aantal ontbrekende gesneuvelden is met deze lijst dus van 45 tot 5 teruggebracht. Alle overledenen van het veldlazaret Aalst-Mijlbeek werden eerst te Aalst begraven en in 1942 op het Ehrenfriedhof van het stedelijk kerkhof van Evere-Brussel verzameld. In april 1949 werd ook dat ereperk ontruimd en werden alle gesneuvelden opnieuw individueel begraven op het Ehrenfuedhofvan Lommel.

 *****************

Uit “het Duits Ehrenfriedhof van Wetteren-Kwatrecht in de tweede wereldoorlog 1940 – 1944”. Een studie over de verliezen van de 56e Infanteriedivisie bij de aanval op het Bruggenhoofd Gent tussen Dender en Schelde op 20 – 21 – 22 en 23 mei 1940 “ door 

Romain De Bouver – een uitgave door de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde i.s.m. de afdeling Deinze.