Welkom te Gijzenzele

De kleinste deelgemeente van Oosterzele

De militaire en koloniale loopbaan van Charles Desprets

(2de Bn 6de Linie Regt te GIJZENZELE 19-23 Mei 1940) Charles Desprets (° 1891) wordt als beroepsvrijwilliger aangeworven aan de School van het Regiment Genie te Antwerpen op 17 februari 1908 en wordt op 11 januari 1909 korporaal benoemd.

Op 11 juni 1910 gaat hij over naar de Compagnie van Torpedisten en Vuurwerkmakers van de Genie in Kallo, waar hij op 10 oktober tot sergeant benoemd wordt en op 15 februari 1912 tot sergeant-bevoorrader. Maar op 2 oktober 1912 wordt hij (op zijn aanvraag) terug sergeant.

Op 17 februari 1913 gaat hij als klerk over naar de maatschappij der buurtspoorweg Mechelen-Terneuzen en keert op 12 januari 1914 terug naar Kallo bij de Vuurwerkmakers. Op 4 juli 1914 krijgt hij het bevel van een mijnenlegger.

Op 5 augustus 1914 (bij het uitbreken van de 1ste WO) wordt hij als vuurwerkmaker aan de Compagnie Pionier-bruggenleggers van de 1ste Cavaleriedivisie te Visé aangehecht. Van 19 tot 23 september verlaat hij (de versterkete stelling) Antwerpen om een vernielingsopdracht in Hasselt (?) uit te voeren. Op 9 oktober vervoegt hij de Geniecompagnie en wordt belast de “Gleisnau” in de vaargeul van de Schelde tegenover het Fort Sint-Marie (Kallo) te laten springen. Op 16 oktober is hij verplicht in De Klinge om Nederland te vervoegne en wordt er geinterneerd, maar slaagt er op 18 oktober in om te ontsnappen en Calais te vervoegen via Londen. Hij vervoegt (op zijn aanvraag) op 23 oktober het front en wordt aan de PPC/IDC (Poste Commandement 1 Division Cavalerie) in Koksijde gehecht.

Op 15 februari 1915 wordt Charles Desprets in het Dagelijks Order van de (1ste) Cavaleriedivisie geciteerd: “Voor de uitzondelijke moed die hij getoond heeft op 30 januari 1915 te Noordschote als vrfijwilliger om de herstellingen aan de loopbrug uit te voeren, opdracht tijdens welke één van zijn kameraden omkwam op 27 januari 1915 en een andere zwaar gekwetst werd op 29 januari 1915.”

Op 14 april 1915 wordt hij aangeduid om de opleiding CISLA te Gaillon (?) te gaan volgen. Op 6 juni wordt hij tot adjudant kandidaat onderluitenant benoemd en vervoet het 7de Linieregiment (2de Bn 4de Cie of 2de Cie 4de Bn). Hij neemt deel aan de gevechten te Diksmuide in de sector “La Joconde”. (zie : http://www.greatwardifferent.com/Great_War/Belgian_Prints/Jaconde_01.htm )

Op 26 juni 1915 wordt hij in het Dagelijks Order van de 2de Cavaleriedivisie geciteerd: “Heeft als bevelhebber van een offesieve patrouille op Woumen, een mooi voorbeeld getoont van misprijzen van het gevaar door de Duitse schildwacht aan te vallen en te doden met zijn dolk die zijn chef trachtte te verwittigen van de nadering van de patrouille. Dank zij deze moedige actie is de opdracht toegekend aan adjudant Desprets met succes bekroond.”

In september 1915 gaat hij over naar het Ministerie van Koloniën in de hoedanigheid van Militair Agent van de Force Publique. Op 6 oktober komt hij aan in Boma en wordt voor de Oostelijke troepen aangeduid met wie hij tot einde 1917 aan de veldtocht deelneemt. Op 2 oktober 1919 keert hij na 4 jaar terug met verlof, met drie citaten op de Dagelijkse orders, Oorlogskrijs met drie palmen en acht frontstrepen.

Van januari tot augustus 1920 is hij Luitenant bij het 7de Linieregiment. In juni wordt hij aangeduid om de Russische gevangenen naar Reval (nu Tallin) te rapatriëren. Deze worden overgemaakt aan aan de Russiche autoriteiten en uitgewisseld met Belgen die in Rusland gebleven waren. (zie: http://www.avae-vvba.be/PDF/AVAE_archives_entreprises_et_russie.pdf )

Van oktober 1920 tot augustus 1923 vervoegt hij voor een tweede term Congo en wordt er compagniecommandant in het 1ste Bataljon te Elisabethville, vervolgens bij het 2de Bataljon te Niemba (in Katanga) en het Instructiecentrum te Kamukisi (Malemba Nkulu) en Kongolo (in Katanga). Van avril 1924 tot oktober 1927 beveelt hij (derde term) de Geniecompagnie te N’Gule (Luena), de Groepering Technische Eenheden te N’Gule en de Territoriale Compagnie van Kabinda (in Kasai). Van februari 1928 tot juli 1931 (vierde term) beveelt hij de Territoriale Compagnie van Sandoa en van Malonga en de Instructiecompagnie van Kongolo (in Katanga).

Van april 1932 tot juli 1934 vervult hij een vijfde term in de kolonie. Op 18 mei 1932 komt hij aan in Boma en krijgt het bevel over de territoriale troepen van de Kasia te Luébo, waar hij op 1 juni aankomt en op 21 juli 1933 kapitein-commandant bij de Belgische troepen in Congo benoemd. Op 21 maart 1934 wordt hij bevelhebber van het 2de Bataljon in Luluabourg (in Kananga) en militair raadgever van de gouverneur van de provincie Lusambo (Kasai). Op 29 juni neemt hij verlof, wordt op zijn verzoek met koloniaal pensioen gesteld op 30 juni en keert terug naar België via Boma. Op 1 september 1934 neemt Charles Desprets het bevel van de 2de Compagnie van het 6de Linieregiment in Antwerpen.

Op 2 februari 1938 wordt Commmandant Desprets aangeduid om de cursus majoor aan de Krijgsschool te Brussel te volgen. Hij slaagt in het examen op 6 juni en vervoegt terug het 6de Linieregiment. Op 27 september (ultimatum van Hitler aan Tsjecho-Slowakije) wordt het regiment gemobiliseerd en op “Versterkte Vredesvoet”(PPR - Pied de Paix Renforcé) geplaatst en neemt Charles het bevel over het 1ste Bataljon over. Op 2 oktober wordt er gedemobiliseerd.

Deprets wordt majoor benoemd de 26ste maart 1939 en wordt aangeduid om het RekruteringsBureel (BR) van Aalst te leiden en wordt er tevens Plaatscommandant. Op 25 augustus is het terug mobilisatie fase A en wordt majoor Deprets terug commandant van het 1ste Bataljon. Hij blijft aan het hoofd van het 1ste Bataljon en vertrekt met zijn eenheid naar Visé (zoals in 1914) bij de oorlogsverklaring op 10 mei 1940 (deel van de Groepring Gits). Op 11 mei krijgt zijn eenheid het bevel terug te plooien op Fumal maar wordt omsingeld. Op 12 mei tracht de eenheid uit de omcirkeling te breken langs Luik, Namen, Charleroi. Het bataljon telt heel wat verliezen maar komt op 14 mei ana in Weerde. Op 15 mei vervoegt Desprets het 6de Linieregiment en neemt het bevel over van het het 3de Bataljon te Keerbergen (KW-lijn). Op 16 mei verlaat de eenheid Keerbergen en marcheert naar Gijzenzele via Nieuwenrode en Wespelaar.

Van 19 tot 22 mei 1940 volgen harde gevechten in Gijzenzele met heel wat verliezen als gevolg (24 gesneuvelden en 61 gekwetsten). Het 3de Bataljon heeft zich uitstekend gedragen. OP 24 mei wordt Majoor Desprets op het Dagelijks Ordre van het Regiment geciteerd: “Is door zijn moedige en standvastige houding bij de contact name met de vijand op het Bruggehoofd Gent (TPG) en door zijn misprijzen van het gevaar, de ziel geweest van de weerstand door zijn bataljon tijdens een heel hevig bombardement en tijdens een zware infanterieaanval tijdens welke zware verliezen (aan de vijand) werden toegebracht. Op 28 mei captituleert de eenheid.

Op 30 mei wordt Majoor Desprets in de Dagelijkse Orders van de 2de Infanteriedivisie geciteerd: “Heeft tijdens het contact met de vijand aan het Bruggehoofd Gent op 20 en 21 mei 1940, te Gijzenzele met zijn bataljon een definitieve veldslag geleverd tijdens welke hij een bijzonder hevig bombardement en infanterieaanval heeft ondergaan. Gevecht waarbij zijn bataljon ongeveer 20 gesneuvelden en een vijftigtal gekwetsten telde, die hij door de wijze waarop hij zijn manschappen in de hand hield, zijn kalmte en zijn moedige houding, volledig in zijn voordeel heeft beslecht. In het bijzonder, heeft een mooi voorbeeld van misprijzen van het gevaar gesteld door zijn commandopost gedurende de gevechten in eerste lijn te houden zelfs nadat hij op een bepaald ogenblik volledig omsingeld was door de vijand.”

Op 12 juni 1940 scheept Charles in Kalmthout in en vertrekt in krijgsgevangenschap naar Duitsland. Op 13 juni komt hij aan in Dortmund, en gevangen gehouden in Oflag IX B te Weilburg-am-Lahn vanaf 18 juni. Op 19 oktober verhuist hij naar Oflag III B te Tibor (Cibórz) in Polen en op 4 maart 1941 naar Oflag II A te Prenzlau. Op 25 april 1945 wordt Prenzlau ontruimd en bereikt Warren (Warrenzin ?) langs de weg. Op 29 april om 0300 uur wordt hij door de Russen bevrijd in Friedrichsfelde (Berlijn ?) en keert terug naar Prenzlau op 2 mei. Op 7 mei hoort hij dat de oorlog beëindigd is in Europa en keert op 9 juni terug uit gevangenschap en wordt drie maanden met verlof gestuurd. Op 25 augustus wordt hij ongeschikt voor de dienst verklaard (door astma en myocarditis).

Op 25 oktober wordt hij verslaggever bij de Beroepscommissie voor invaliditeitspensioenen (CAPR) te Brussel. Op 1 april 1946 wordt hij met pensioen gezonden als gevolg van de beslissing de pensioenleeftijd te verlagen, gaat over naar de reserve en blijft werken bij de CAPR.

Op 1 december 1946 wordt hij ere-luitenant-kolonel benoemd en beëindigt zijn dienst bij de Belgische troepen in Congo. Van 15 januari 1947 tot 15 november 1948 werkt Charles voor de NV Helman Ceramiques (zie : https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoed/node/dibe_relict.28639/teksten/teksten/tonen )

Op 16 november wordt hij directeur van het Fonds Bien-être Indigène (Welzijnsfonds voor autochtonen) en vertrekt per vliegtuig op 8 januari 1949 voor een zesde term naar Congo. Hij komt aan in Leopoldville (Kinshasa) en wordt op post geplaatst in Bofale. Vanaf april is hij regionaal directeur van de Kasai. Op 12 februari 1952 keert hij terug naar België en is met velof tot op 1 mei 1952, wanneer hij ontslagen wordt bij de “Fonds Bien-être Indigène” en met pensioen gezonden. Charles Desprets overlijdt op 11 februari 1973.

Vertaling: Manu Cammaert (waarvoor onze oprechte dank).